Dag 171 – 180. Nieuw-Zeeland (Zuidereiland).

Christchurch
Van Brisbane vlogen we door naar Christchurch. We hadden een late vlucht en kwamen ‘s nachts om 1 uur in Christchurch aan. De camper konden we de volgende ochtend pas om 8 uur ophalen en dus stond ons een nachtje vliegveld te wachten. Waarom dan zo’n late vlucht pakken? Dit zijn nu eenmaal de goedkoopste vluchten en álles dat geld bespaard pakken we met beide handen aan.

Om 8 uur hadden we houten billen van de stoeltjes en waren we blij dat we onze camper konden ophalen. Een redelijk nieuwe auto met een klein keukentje, genoeg ruimte om je kont te keren én we kregen er twee dikke tweepersoons dekbedden bij. Jep; +10 punten voor Apollo!

Na een korte siësta onder de fijne dekbedden – dit is écht heel relaxed na 1,5 maand slaapzak – zijn we Christchurch ingereden. Vraag mij niet waarom, maar ik had een bruisend stadje verwacht. Ik had duidelijk geen goede research gedaan. Door de heftige aardbeving in 2011, de naschokken én na nog een pittige afgelopen februari, is Christchurch één en al bouwval. Overal zijn ze bezig met het opknappen van gebouwen en waar je ook kijkt; het zijn allemaal ruines. In een deel van de stad hebben ze een mini-winkelcentrum neergezet in containers (deze zijn minder vatbaar voor aardbevingen dan gebouwen). We haalden hier een verse sap en de eigenaresse van het tentje was duidelijk niet te spreken over alle bouwvallen. Het gaat haar allemaal veel te langzaam en alle jongeren trekken de stad uit. ‘Er is niets meer hier’. Zonde, wat ooit zo’n leuk stadje was, is volledig geruineerd door natuurgeweld.

Oamaru

This slideshow requires JavaScript.

Na een nacht met ruim elf uur slaap – tsja, die dekens hé.. – reden we naar Steampunk HQ. Een bizar museum waarvan wij nog steeds niet weten wat het nu precies is. Heel veel troep, machines én een ‘lichtjes ruimte’. Van deze laatste hebben we wel 4 keer gebruik gemaakt. Je stapt een cabine in, vol met lampjes en spiegels, er start een muziekje en de kleuren van de lampen veranderen continu.
Nadat we hier uitgespeeld waren zijn we doorgereden naar de Mouraki Boulders. Allemaal ronde rotsen op het strand die op Dragon Eggs lijken.

Dunedin & Milford Sounds

This slideshow requires JavaScript.

Na een overnachting op een gratis camping zijn we naar Dunedin gereden. Een klein stadje waar we een kerkje bezochten én even bij de Cadburry Fabriek binnen liepen. Cadburry is het merk dat de Dairy Milk chocolade maakt en we tijdens onze reis álleen maar zijn tegen gekomen. Een tourtje door de fabriek koste helaas 30 dollar per persoon en dús besloten we hier alleen wat lekkers in te slaan..
We hadden een beetje haast, want diezelfde dag nog moesten we in Melford Sounds zijn. In Kilometers was het prima haalbaar, maar iedereen vertelde ons dat je er veel langer over deed. En dat klopt. Want wat is dít een bizar mooie route. Je rijdt door de bossen, langs besneeuwde bergtoppen en riviertjes met ijsblauw water. Ja, dit is zeker de mooiste route die we de afgelopen twee maanden hebben gereden. Dat je er dus een stuk langer over doet dan de navigatie aangeeft, is te danken aan alle foto stops die je maakt ;).

Bij Milford Sounds was helaas maar 1 camping die de hoofdprijs vroeg, máár dan krijg je ook wat. Alle faciliteiten zijn gebouwd in chalet-achtige huisjes en je staat middenin het bos, tussen de hoge besneeuwde bergen.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende ochtend stapten we op de boot om door de Milford Sounds te varen. We hadden mazzel want de zon scheen en dát is heel bijzonder. Hier regent het namelijk 90% van de tijd en iedereen die we hebben gesproken had slecht weer. Het was een heel bijzondere ochtend, wát een natuur. De fjorden, de watervallen, , de zeehonden, het heldere water.. We hadden by far de kleinste boot – we waren met 29 terwijl andere boten met ruim 200 passagiers rondvaren – en dus konden we dicht langs de rotsen en de watervallen varen. Kas stak hier dapper nog even zijn hoofd onder de waterval en na 2 uur varen verlieten we deze magische plek weer.

Te Anau

We reden langs Lake Te Anau om vervolgens nét voor Queenstown onze auto te parkeren op één van de weinig betaalbare campings. We stonden in de middle of nowhere tussen de lama’s, schapen en koeien en waren de enige.. De lieve eigenaresse – die een hond heeft groter dan zij is – wees ons de weg en toen hadden we alles voor onszelf.

Queenstown

Queenstown tijd! We reden de volgende ochtend optijd naar dit leuke wintersportplaatsje, waar we wederom niet onder een dure camping uit konden. In Queenstown is welliswaar het skiseizoen afgelopen, alles roept hier wintersport. Wat een fijne sfeer! We spendeerden onze dag op een terras met WiFi en maakten plannen voor de komende dagen. We sloten de dag af bij de Ice Bar, leuk voor één drankje, maar met -12 toch wel erg koud.

Onze tweede dag Queenstown was iets spannender. We pakten de gondel naar de Skyline waar we een fantastisch uitzicht hadden over Queenstown, de meren hieromheen en de hoge bergen. Iets verderop stonden twee mannen ons op te wachten. Een vrolijke Fransman die Kas onder zijn hoede nam én de kleine, Engelse Tim. Met deze mannen zouden wij binnen enkele minuten van deze berg afrennen. Geen zorg hoor, met parachute uiteraard. De kleine Tim legde mij van alles uit en vertelde dat het vooral héél belangrijk was dat ik in het begin mee zou rennen. Want mij dragen werd met twee koppen groter toch wat ingewikkeld. Snap ik. Vreemd genoeg was er nul spanning, en voor ik er erg in had liet ik Kas achter mij en vlogen we over de bergen, de mooie blauwe meren en de stad heen. “This is the closest you can get to a bird”. En zo voelde het ook echt. Ik vond het zo rustgevend en vrij. Ik denk dat Tim mij iets te relaxed vond en terwijl ik genoot van het uitzicht besloot hij zijn stunts te oefenen. Wát een vette ervaring. Eenmaal veilig op de grond keek ik hoe Kas naar beneden vloog en blij ratelden we allebei hoe fantastisch het was.
Een vrouw van rond de 50 kwam naar mij toegesneld en vroeg of wij haar moeder misschien boven hadden gezien. Ja, wij hadden inderdaad een oude vrouw gezien, daar hadden wij ons nog over verbaasd. “My mom wanted to do this so badly and she was gone before I knew. She’s really going to do this huh?” zei ze met tranen in haar ogen. Jep. Want daar ging ze. Toen haar moeder veilig en wel op de grond stond rende haar dochter huilend naar haar toe, “never, ever do this to me mom”. Haar moeder begreep niets van haar angst en vond het allemaal de normaalste zaak van de wereld. Wat een fantastische vrouw.

Met een glimlach van oor tot oor brachten Kas en ik de rest van de dag door in de zon. Aan het einde van de dag sloten we ons verblijf in Queenstown héél fijn af. In een privé hottub met uitzicht over de groene vallei. Just another day during our trip.

Frans Jozef Glacier

De volgende dag vervolgden we onze weg naar de Frans Jozef Glacier. En dat betekende een hele dag rijden vanuit Queenstown. Savonds parkeerden we onze auto dit keer niet bij een camping, maar op de parkeerplaats van een hostel. Er was savonds gratis soep, sochtends gratis ontbijt én razendsnel internet. Wij hadden het prima voor elkaar in onze camper met ons kopje soep en Lord of The Rings op de iPad.

We waren natuurlijk niet voor niets zo snel doorgereden naar de glacier. Na veel dubben hebben we namelijk een tour geboekt die het mogelijk maakt om op de gletsjer te klimmen. Iets wat we toch wel heel graag wilden nu we zo dichtbij een gletsjer waren, maar het was wél behoorlijk aan de prijs. Tot een paar jaar geleden kon je hier namelijk nog opklimmen, maar door de klimaatverandering kan dit helaas niet meer. De glacier brokkelt tien keer zo snel af als tien jaar geleden. En ja, dat is inderdaad véél te snel – dan vraag je je toch af waar we mee bezig zijn met zijn allen?

De enige manier om de gletsjer nog op te komen is via een helicopter. Natuurlijk méér dan leuk, maar de reden vond ik niet zo tof.
Anyways, zo gebeurde het dat deze Sjonnie en Anita plaatsnamen in een helicopter. Het was welliswaar een vluchtje van 3 minuten, ik stond te stuiteren van opwinding.

This slideshow requires JavaScript.

Met spikes onder onze charmante wandelschoenen, een waterdichte broek en jas, gingen we de gletsjer op. Zó bijzonder om zoiets een keer te mogen zien. Zo nu en dan hoorde je een stukje glacier afbrokkelen, er waren grote watervallen en heel bijzondere grotten van ijs. Nadat we door de helikopter weer veilig op de grond waren afgezet doken we nog éven in de hotpools om onze spieren wat te laten relaxen. Savonds namen we de afgelopen dagen nog even door in de kroeg; want het is zó belangrijk om stil te staan bij hoe bízar het is wat we allemaal doen. Want soms… soms voelt zo’n ochtend paragliden, klimmen op een glacier of varen door een Fjordlandschap een beetje als ‘een normale dag tijdens onze reis’.

We sliepen savonds wederom naast het hostel en reden de volgende ochtend vroeg door naar Picton. We reden de hele dag en kwamen ‘savonds aan bij een gratis parkeerplaats. De volgende ochtend om 9 uur ging onze ferry van Picton naar Wellington.
Nieuw-Zeeland bestaat namelijk uit twee eilanden: het Noordereiland en het Zuidereiland. Ons avontuur op het Zuidereiland zat er alweer op en de boot bracht ons naar het Noordereiland. Deze ferry heeft nogal een prijskaartje, maar we hebben in Nieuw-Zeeland inmiddels wel geleerd dat áls je iets wilt doen, je dan fikse bedragen moet neertellen. En tsja, je wilt toch wat zien als je aan de andere kant van de wereld zit. De boot deed er drie uur over, en met een koffietje in onze hand genoten we van de mooie uitzichten. Wát een land. Op naar nieuwe avonturen op het Noordereiland!

Dag 138 -144. Uluru -Adelaide

 

Dus, waar waren we gebleven.. We gingen naar Uluru! Onderweg hier naartoe kwamen we allereerst langs een salt lake. Een groot meer dat helemaal uit zout bestaat en waar níemand was. In Azië stond je bij elke bezienswaardigheid tussen hordes toeristen. Hier in Australië zie je die niet, ook de overvolle touringcars rijden hier niet rond.

image
En het was ‘m dus mooi niet..

Vanaf Salt Lake was het maar een klein stukje naar Uluru en nog geen 5 minuten later riep ik “Kas! Ik zie ‘m! Wauw, wat is ‘ie mooi!”. Ik was al druk bezig met foto’s maken toen Kas mij uit de droom hielp. “Dat is ‘m niet, dit is een andere”. Volledig in de waan dat ik dan éindelijk Uluru had gezien, was het dus verdorie gewoon Mount Connor.

Een goedkope camping vonden we vlakbij Uluru, maar na het lezen van de reviews wilden we toch naar een duurdere camping. Dingo’s (wilde honden) zorgen ‘s avonds op de goedkope camping voor nogal wat onrust. Zodra we bij het visitors centre uitstapten zagen we de eerste al rondsnuffelen. Jep, dat werd dus tóch een beetje meer betalen.

This slideshow requires JavaScript.

Aan het einde van de dag reden we naar Uluru om de zonsondergang te bekijken. Natuurlijk hadden we al het een en ander gelezen over deze plek. Dat mensen het bijzonder magisch vonden, dat het hét spirituele middelpunt van Australië is en als je hier niet bent geweest, ben je dus niet in Australië geweest. Ik vond dat een hoop ‘blabla’, hoe kan een rots nu zó bijzonder zijn? Maar die gedachte verdween direct toen we daar stonden. Het wás magisch. En nog veel meer dan dat. Naar mate de zon onder ging, veranderde de kleur continu. Van lichtrood, naar diep donker rood, naar bijna paars, totdat ‘ie zwart kleurde. Ik kon niet wachten om Uluru de volgende dag van dichtbij te bekijken.

This slideshow requires JavaScript.

Dat het kouder werd, hadden we de vorige nacht al gemerkt. Maar de kou van deze nacht viel vies tegen. Ik lag als een soort Michelin-poppetje in ons busje, maar de sokken, lange broek, drie truien en muts mochten niet baten. Ik was ijs en ijskoud. Met Kas ging het ook niet veel beter en al bibberend tegen elkaar aan hebben we geen oog dicht gedaan. Gelukkig mochten we om 5 uur al ons bed uit. Er stond ons namelijk een bijzondere ochtend te wachten. We gingen de zonsopkomst bekijken bij The Field Of Lights, een veld met 500.000 lichtjes voor Uluru. Een ontwerp van Bruco Munro, waar hij 20 jaar over na heeft gedacht en het komende jaar te bewonderen is. Met wederom drie vesten aan en een fleecedeken van de organisatie liepen we naar het uitzichtpunt. Het was net alsof we naar een veld met lichtgevende tulpen stonden te kijken, met op de achtergrond Uluru. Het was zo mooi. Alsof we in een sprookje waren gestapt.

Terwijl we de warme chocolademelk en theetjes dankbaar aanpakten vroegen wij of we de enige waren die het zó koud hadden. Maar dat bleek zo gek nog niet. De temperatuur was op dat moment 3 graden en de gure wind zorgde voor een gevoelstemperatuur van onder de 0. De organisatie verblijdde ons met het nieuws dat we het élke dag een stukje kouder krijgen naarmate we naar het zuiden reizen. Heel geruststellend dus.

Nadat we een half uur onder een warme douche hadden gestaan, reden we nog een rondje om Uluru en bekeken we deze nog eens van dichtbij. Het is onmogelijk om uit te leggen hoe het er uit ziet. Het is zó imposant en indrukwekkend. Ook reden we nog naar Kata Tjuta. Weliswaar een minder bekende rots, ook deze was wederom indrukwekkend te noemen.

Na een hoop foto’s, veel ‘ge-oooooh’ en ‘ge-waaauw’, reden we alvast een stukje de goede kant op. We reden nog een paar honderd kilometer tot we weer een stuk op de oude vertrouwde Stuart Highway zaten. We verbleven bij roadhouse Kulgera waar we dankbaar onze avond doorbrachten bij de openhaard. Het leek er even op dat de Aboriginals deze rustige avond gingen verstoren, maar na 10 minuten schreeuwen verlieten ze de kroeg.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende dag reden we wederom een paar honderd kilometer, dit keer naar Coober Pedy. Hier draait alles om de opaal mijnen. In dit kleine dorpje woont en leeft iedereen in de bergen, onder de grond. We vonden een verblijfplek onder de grond, de laatste die nog in het dorpje te vinden was. Het was een riant appartement met een eigen keuken, bank en…. Een bed. Tijdens het reizen ga je de raarste dingen in een keer heel erg waarderen. Ik was zo blij als een kind toen ik dat bed zag staan. Niets geen koude nacht in het busje, maar een warm, groot bed. Voordat de relax-modus bij ons aan ging reden we eerst nog naar een opaalwinkeltje. Een grappige, Griekse vrouw verwelkomde ons en liet ons álle sieraden zien die ze had. Heel mooi, maar met alles boven de 500 dollar, íets boven ons budget.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende ochtend waren we helemaal als nieuw. Aangezien je onder de grond slaapt, is het aardedonker en muisstil. We konden er wel weer even tegenaan. De eerste stop die dag was het Old Timers Museum. Hier zie je hoe het werken in de mijnen er aan toe gaat en hoe de huizen van de inwoners eruitzien. De volgende stop was bij de golfbaan van Coober Pedy. Een golfbaan in de middle of nowhere, moest uiteraard uitgeprobeerd worden. Er was wederom niemand, en de golfclubs en ballen konden we zelf binnen ophalen. Want je denkt toch niet dat hier iemand werkt? Het afslaan was het leukste gedeelte want zodra je je ook maar een stap verzette, sprongen de sprinkhanen je om de oren. Maar dus echt. Bij elke stap die je zette hoorde je:’tiktiktiktiktiktiktik’. Dat verklaarde de lege golfbaan in elk geval wel.

Voordat we dit bijzondere dorpje achter ons lieten, gingen we nog even naar de OP-shop (tweedehandswinkel). Nérgens in dit land is nog winterkleding te koop en dus probeerde we het bij deze winkel. Helaas. Wederom geen winterjas voor ons in de schappen.

Na het golfen lieten we Coober Pedy voor wat het was en reden we naar onze overnachtingsplek; Lake Hart. Een gratis plek waar je 24/7 mag staan. Je hebt dan weliswaar geen douche en wc, het uitzicht was het allermooist. Lake Hart is een zoutwater meer en dus begonnen we de volgende ochtend met een hardloop rondje om het meer. Het zout kleurde met de zon mee en de weerkaatsing van de lucht op het meer leek wel een schilderijtje. Dit was bést heel fijn wakker worden op onze laatste dag in de outback.

This slideshow requires JavaScript.

We moesten veel kilometers afleggen. In eerste instantie wilden we al stoppen in Port Augusta, maar een kennis raadde dit af. De aboriginals zorgen hier wederom voor veel onrust en een andere slaapplek zou wellicht wat ‘relaxter’ slapen zijn. We besloten dus maar een stuk verder te rijden en te overnachten in Barossa: de wijnstreek van Zuid-Australië. Het is heel bizar dat je het ene moment nog in de outback rijdt (dorre landschappen waar níets is) en het andere moment middenin een prachtig, groen, heuvelachtig landschap bent. Na een dag alleen maar rijden, vonden we dat we aan het einde van de dag wel een wijnproeverij hadden verdiend. We kregen de heerlijkste wijnen voorgeschoteld en vroegen de vinoloog hoe zo’n proeverij in zijn werk gaat. Moet je daar voor betalen of moet je verplicht een wijn kopen? Allebei niet, de proeverij is gratis en je kunt zo de deur weer uitwandelen. Dat we ons dan een beetje bezwaard voelen vonden de mede-wijnproevers niet terecht. “We were at a winery and a Japanese man bought for 500.000 dollars wines. In cásh. So don’t feel sorry, other people make it up for you.”

Nadat de wijn naar ons hoofd was gestegen gingen we terug naar onze camping. Drie Australische koppels van rond de 60 waren hier een vuurtje naast onze auto aan het maken. We brachten de rest van de avond door met deze veel te lieve mensen. Toen ze zagen dat we alleen een soepje hadden gegeten kwamen ze aan met groenten, aardappelen en brood. “You want some wine too? Maybe a beer? Or some cheese! Yes you want some cheese huh?” We bedankten ze keer op keer, maar Kas kon toch echt niet meer onder het broodje uit dat ze voor hem gemaakt hadden. Tot ‘s avonds laat spraken we over Australië, haar 25 miljoen inwoners (bizár hoe weinig) en het probleem rondom de Aboriginals. Een ander bijzonder verhaal dat zij vertelden was hun ontmoeting in de outback met een local jongetje van 8 jaar. Zodra het begon te regenen kreeg het jongetje een paniek aanval. Hij had in zijn hele leven nog geen regen gezien en de schrik zat er bij hem goed in. Dat kun je je toch niet voorstellen? 8 jaar geen regen..

We begonnen de ochtend in Barossa met een kaasproeverij. Voor echte kaasliefhebbers zoals wij is dit echt een walhalla. De rest van de dag gingen we zoveel mogelijk wijnboerderijen af en proefden we tientallen verschillende wijnen. Jammer genoeg kon er niet gedronken worden, want dezelfde dag nog reden we verder naar Adelaide.

Vrienden van familie wonen hier en na wat heen en weer ge-app hadden we afgesproken om daar te gaan borrelen. Met een flesje wijn, een port en de lekkerste kaasjes reden we hier naartoe. We werden warm onthaald en kregen direct te horen dat het bed al was opgemaakt. Of we het misschien leuk vonden om zéker tot zondag te blijven, zodat ze ons nog wat van de omgeving konden laten zien. Ons antwoord hierop was direct een dikke JA. Toen Kas en ik ‘s avonds tevreden in het warme bed lagen, hadden we het over hoe bijzonder deze gastvrijheid is. Tot 3 dagen geleden hadden ze nog nooit van ons gehoord, en nu ontvangen ze ons met open armen en mogen we hier een paar nachtjes logeren. We blijven hier tot zondag van de stad en de lieve mensen genieten, totdat we zondag beginnen aan de Great Ocean Road. Lieve Marc en Mandy; DANK voor alles!