Dag 84 – 93. Mui Né, Ho Chi Minh, Mekong Delta(Vietnam), Phnom Penh (Cambodja).

27-28 juni: Mui Né


Veilig en wel aangekomen in Mui Né na de hellse treinrit, lagen we tevreden om 12 uur ‘s nachts in bed. Dat we de volgende ochtend bizar vroeg een trip hadden geboekt leek op dat moment nog best een prima idee. 3,5 uur later was het tijd om weer op te staan – en ja, dit voelde toen ineens als een heel slecht plan. Om 4 uur werden we opgepikt door een busje die ons naar de zandduinen zou brengen en waar we de zonsopgang konden zien. Eenmaal aangekomen bij de zandduinen werd het langzaamaan lichter en waren de witte zandduinen inderdaad een bijzonder fenomeen. Maar die zonsopgang? Die hebben we niet gezien. Na de witte zandduinen zijn we doorgereden naar de rode zandduinen. Ook mooi, maar mássa’s mensen. Een foto maken zonder toerist bleek nogal een opgave. Dat neemt overigens niet weg dat toeristen geen foto’s van óns konden maken. Chinezen liepen wederom voor ons met selfiesticks om zo ‘onopvallend’ foto’s van ons te maken. Één Chinees meisje gooide het weliswaar over een andere boeg. Zij bleef maar rondjes om ons heen lopen terwijl ze aan het filmen was. Af en toe vroeg ze ons dan te zwaaien, of er een peaceteken tegen aan te gooien.

Nadat we de bus waren ingevlucht en mij afvragend wat ze in vredesnaam met dat filmpje gaat doen, reden we weer een stukje verder. Dit keer naar een riviertje en een vissersdorpje. Vooral dit laatste vonden wij heel fascinerend om te zien. Tientallen mannen die trots met bákkenvol vis uit de zee kwamen lopen. Vrouwen zaten op het strand de goede vissen eruit te halen en peuzelden af en toe een rauw visje weg. Fantastisch vonden ze het dat Kas en ik foto’s van ze maakten. Met twinkelende ogen lieten ze trots de vangst van de dag zien.

image

Na deze vroege ochtendtour zijn we gaan relaxen op het strand. Zonder zon weliswaar, maar dat mocht de pret niet drukken. Na de treinreis van de dag daarvoor en de paar uur slaap waren wij meer dan tevreden met dit relaxmomentje.

29 juni – 1 juli: Ho Chi Minh

Mui Né staat bekend om de zandduinen en bestaat verder uit 1 straatje en een strand. Om deze reden besloten we de volgende dag met de bus door te reizen naar de hoofdstad van Vietnam: Ho Chi Minh. Deze sleeperbus van 6 uur was een verademing na de treinreis en beschikte tot onze verbazing zelfs over een werkende WiFi. We hadden de meest verschillende verhalen over Ho Chi Minh gehoord, maar over 1 ding waren ze het allemaal eens: ‘wát een drukte. De meest drukke stad die je zult zien tijdens je reis en het is daar onmogelijk om over te steken’. Misschien komt het doordat we ons hadden voorbereid op het ergste, maar het viel ons allemaal reuze mee. Natuurlijk was het chaos, maar waar is het dat niet in Azië? En oversteken is, net zoals in Hanoi, een opgave. Maar: oefening baart kunst. Al zigzaggend trotseren Kas en ik inmiddels het verkeer.

Om de stad een beetje te verkennen liepen we na aankomst een rondje en sloten we af bij Pasteur Brewing Company. Klein straatje in, donker steegje door, smal trappetje op en we arriveerden bij het liefste, kleinste en gezelligste biertentje. Hier genoten we samen intens van de speciaalbiertjes. Na drie maanden lokaal bier was dit echt een feestje, vooral Kas begon helemaal te glimmen.

This slideshow requires JavaScript.

Vlakbij de stad liggen de Cu Chi tunnels. Tijdens de Vietnam oorlog hebben de slimme Vietnamezen allerlei ondergrondse tunnels gebouwd om zo de Amerikanen keer op keer te slim af te zijn. Terwijl we onze bus parkeerden tussen de tientallen andere bussen, was het tijd om in een rij van 60 onze tickets te laten checken. Eenmaal bij de tunnels waren de toeristen niet meer te tellen. Ik stond achterin op mijn tenen om een blik op te vangen van hetgeen er te zien viel terwijl onze gids ons van alles leerde over de Vietnam oorlog.

This slideshow requires JavaScript.

Middenin de stad zit het War Museum, dat ook over deze oorlog gaat. De volgende ochtend hebben we hier ruim 2 uur doorgebracht. Dit keer op ons eigen tempo, met niet teveel mensen en wederom hebben wij ons verbaasd over de gruwelijkheden van de oorlog. Vooral omdat ik mij heel goed realiseer: deze verschrikkelijke dingen gebeuren vandaag de dag nog steeds.

Na het War Museum brachten we een bezoekje aan The Workshop – voor de lekkerste koffie – en sloten we deze dag af in de bioscoop. De stad was zo warm en we hadden ontzettend veel zin om op een chille stoel te kruipen en een filmpje te kijken. Net zoals thuis.

1 juli – 2 juli: Mekong Delta 

Op 2,5 uur rijden van Ho Chi Minh ligt de Mekong Delta. De Mekong achtervolgd ons al sinds Thailand en er lijkt maar geen einde aan te komen. De Mekong Delta bestaat uit allemaal kleine eilandjes, waar heel veel kleine takjes van de Mekong doorheen lopen. De mensen hier leven op het water – letterlijk. Een tweedaagse Tour liet ons kennismaken met de Mekong delta en haar inwoners. Op kleine bootjes peddelden de vrouwen ons over de riviertjes en lieten ons trots de omgeving zien. Maar na afloop moesten we wel even een tip geven, vertelde onze gids. We bezochten ook een bijenfarm, konden heerlijk een uurtje relaxen in de hangmat, vaarden nog een stukje over de Mekong en mochten zelfs nog even met een Python op de foto – daar ben ik even afgehaakt. En bij elk gedeelte kregen we te horen: denk aan de tip!

This slideshow requires JavaScript.

De tweede dag was het wederom vroegdag en bracht onze boot ons naar de floating market. Eigenlijk waren we daar een beetje laat voor, het was immers al 7 uur. En dan zijn de lokals al uren up & running en de boodschappen al lang en breed gedaan. De Tour sloten we af met een barbecue – gezellig met gebraden ratten, slangen en kikkertjes – om vervolgens terug te rijden naar Ho Chi Minh. En natuurlijk sloot onze gids af met de woorden ‘vergeet mij vooral geen tip te geven’.

image

Inmiddels waren Cas en Ralf ook aangekomen in Ho Chi Minh. Zij hadden wat meer tijd besteed in andere plaatsen en we hadden elkaar alweer een tijdje niet gezien. We hadden samen één avond in de stad welke we vrolijk biertjes drinkend hebben doorgebracht.

Met volle snelheid en weinig rust zijn we door Vietnam heen gereisd. Op 14 juli vliegen we namelijk van Bangkok naar Bali en dus moesten we ons een beetje haasten. Zondag was het dus alweer tijd om Vietnam gedag te zeggen. Ook hier hebben wij ons wederom verbaasd over de mooie natuur, maar we vonden het wel héél toeristisch.

3-4 juli: Phnom Penh (Cambodja).

Zondag kwamen we aan in Phnom Penh – Cambodja – met de bus en bracht taxi-chauffeur Bora ons naar ons hostel. Wat we maandag gingen doen, vroeg hij toen we bijna waren gearriveerd. “We denken naar de Killing Fields en het museum”, zei ik in mijn enthousiasme. Nou, Bora kon ons wel even heen en weer brengen voor 25 dollar. Dat wij nog niet wisten of we dat wilden, vond hij maar een beetje vreemd. “No problem. I bring you”. Ook bij het hotel hebben we hem nog 20x uitgelegd dat we nog niets zeker weten en dus geen afspraak met hem willen maken. “I bring you, 9 o’clock”. En dan verlies ik m’n geduld met zo’n man. Wegwezen. Wanneer we de volgende ochtend buiten aan het ontbijt zitten komt ‘ie aanrijden “I bring you now?”. Nee, je brengt ons nergens naartoe, we wíllen niet met de taxi. “Sorry Bora, but no thank you’. ‘Who not? Come, I bring you’. Zo opdringerig hadden we ze nog niet meegemaakt, zou het iets Cambodjaans zijn?

Uiteindelijk zijn we in een tuktuk en zonder Bora naar de Killing Fields gereden. Een paar minuten voordat we aankwamen kwam er een andere tuktuk naast ons rijden en hoorden we ; “kijk nou! Dat is toevallig”. Staat Bart in een keer naast ons. Bart hebben we twee maanden geleden leren kennen in de jungle van Maleisië en nu stond ‘ie ineens naast ons. Een van de dingen die reizen zo leuk maakt.

This slideshow requires JavaScript.

Samen hebben we de Killing Fields en de bijbehorende gevangenis, S21, bezocht. Van te voren hadden we al begrepen dat het een heftige dag zou worden. Veel mensen haakten na de Killing Fields af, omdat ze de gevangenis daarna te heftig vinden. Bij de Killing Fields kregen we een Nederlandse audio en zo liepen we met z’n drietjes rond. Terwijl een Nederlandse meneer mij over alle gruwelijkheden vertelde, liepen we over de plekken waar het allemaal gebeurde. In 1975 kwam de Rode Khmer aan de macht, met Pol Pot aan het hoofd. Hij was van mening dat ze weer met het jaar 0 moesten beginnen en alle geleerden moesten uitmoorden – klein detail hierbij is dat Pol Pot zelf een uitstekende opleiding had gevolgd. Hier hoorden ook de mensen bij die een bril droegen, een boek tot hun beschikking hadden of een dagboek bijhielden. Laat staan dat je een vreemde taal sprak! Of zoals de audio-meneer zei: ‘alle mensen met zachte handen’. In totaal is 1/4 van de bevolking vermoord. En hoe. Allereerst werden ze dagen, weken en soms maandenlang gemarteld om vervolgens vermoord te worden. Bij vrouwen en kinderen ging dat net even wat anders. Kinderen werden tegen een boom geslagen, net zolang totdat de hersenen eruit lagen. De dure kogels wilden ze sparen. De moeders werden gedwongen toe te kijken. Vrouwen werden naakt vermoord, maar werden vaak eerst nog verkracht. Om vervolgens zowel kind als vrouw in het massagraf te dumpen. Een deel van de massagraven hebben ze leeggehaald en alle botten en schedels hebben ze als eerbetoon achter glas staan. Het andere deel van de massagraven hebben ze gelaten zoals het is, zodat de slachtoffers kunnen rusten. Her en der zie je nog een bot, een tand of een stuk kleding liggen.

Aan het einde van de tour vertelt deze man mij dat er meer genocides hebben plaatsgevonden in de wereld. Neem bijvoorbeeld de Joden tijdens de 2e Wereldoorlog. “En toch gebeurt het weer. En weer. Ik hoop dat iedereen naar de Killing Fields komt en zich realiseert dat zoiets niet nog een keer mag gebeuren. Laat deze geschiedenis zich alstublieft niet herhalen”. Ik hoop het ook meneer. Verdomme, ik hoop met heel mijn hart dat zoiets nooit meer gebeurd. Maar waarom geloof ik daar niet in?

Deze dag hebben we met elkaar afgesloten met een biertje. Damn, wat een emotionele, rare dag. Om 9 uur lagen we in bed, maar ik kon de slaap niet vatten. Er spookte nog zoveel door mijn hoofd, en ik had nog zoveel vragen. Waarvan 1 er steeds terug komt: “Waarom?”

Dag 75- 84. Hanoi, Halong Bay & Hoi An (Vietnam).

17 juni t/m 21: Hanoi. 

Samen met Ralf en Casper – twee Nederlandse jongens die we op de boot hebben leren kennen – vlogen we naar Vietnam. Land nummer 7! We hebben op het vliegveld van Hanoi langer op onze visums moeten wachten dan dat we hadden gevlogen. Ook een taxi uitzoeken nam nogal wat tijd in beslag. Het hotel dat ons zou komen ophalen was nergens te bekennen en dus besloten we zelf maar iets te regelen. Nou, dat was nog wel een opgave. We zijn heel wat taxi’s in en uitgestapt – de bedragen die ze vroegen waren veel te hoog – en ik had zomaar het idee dat die locals het maar wat grappig vonden.

De kennismaking met Vietnam verliep dus niet heel soepel. Door het ‘toeristen plagen’ begonnen de Vietnamezen bij mij op -1 achterstand. Geen zorg, daar kwam al snel verandering in zodra we het hotel kwamen binnen lopen. Wat een lieve mensen. Ze kwamen daarnaast met het nieuws dat ze ons geüpgraded hadden. We kregen een kamer met twee kingsize bedden – waarom ook niet? – en een eigen dakterras. Dit werd drie nachten príma vertoeven.

Na een snelle douche en springend van het ene bed op het ander – waarom zullen ze het er anders neergezet hebben? – liepen we samen met Casper en Ralf naar de ‘bbq en bierstraat’. En dat lopen is nog wel een dingetje hier in Hanoi. Scooters zijn overal en de enige verkeersregel die ze hebben is zoveel mogelijk toeteren. Overal en naar iedereen. Alle inwoners zitten ‘s avonds op hun stoeltje buiten te eten en in de ‘bbq en bierstraat’ was het niet veel anders. We zaten nog niet op ons krukje of een vrouw met een microfoon en cameraman kwam naar ons toesnellen. Of we niet iets over het EK konden vertellen. Ze was sportjournalist voor de tv en was opzoek naar westerse mensen. We hebben haar een paar keer duidelijk gemaakt dat ons land helaas niet mee speelt, maar dat scheen haar niet veel uit te maken. Ik sprong mooi even áchter de camera – want ik en voetbal…. ach – en liet de mannen het woord doen.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende ochtend had Kas wat problemen met z’n maag en besloot ik alleen de stad in te gaan. De sfeer in Hanoi is zo relaxed, leuk en fijn en het stikt er van de leuke koffietentjes en restaurants. Je kunt hier uren en dagen rondlopen zonder je te vervelen. Het oversteken is weliswaar met gevaar voor eigen leven en zo gebeurde het dus ook dat er een moment kwam dat er wel 20 scooters om mij heen stonden. Het was een merkwaardig punt waar drie wegen veranderden in 1 – en oké ik liep een beetje te dromen. Ik stak over en ineens kwamen er overal scooters vandaan. Best even schrikken maar gelukkig konden de bestuurders er de lol wel van in zien, sterker nog: ze zaten smakelijk te lachen. Zo’n blondine met 3 meter been die denkt even over te steken.

21 juni t/m 23 juni: Halong Bay

This slideshow requires JavaScript.

Op vier uur rijden van Hanoi ligt het mooie en bekende Halong Bay. En dus reden we hier maandag naartoe. We hadden een drie daagse boottrip geboekt welke ons langs de mooiste plekjes van Halong Bay zou varen. Voordat we de bus in stapten kregen we te horen dat we waren geüpgraded naar een vier sterren boot – dat upgraden is wel een rode lijn binnen onze reis vind je niet? – maar verzochten ons vriendelijk hier niets over te vertellen tegen de medereizigers. Maar natuurlijk. Met een klein bootje werden we naar onze boot gebracht en werden we verwelkomd met een wel heel bijzondere lunch. We hadden een buffet in gedachten – met ons hoofd nog bij de 0-sterren cruise – maar ons stond geen 2, geen 3, geen 4 maar een víjf gangen lunch te wachten.

Ook met de kamers was niets mis. Een goed bed, een stortdouche en zelfs aan airco was gedacht. Vrijwel direct na de lunch zijn we gaan Kayakken en het is gewoon bijna onvoorstelbaar hoe mooi het is. ‘S avonds kregen we wederom een 5-gangen diner voorgeschoteld en we sloten de avond al biertjes drinkend af op het dek. En die biertjes dronken we niet zomaar. Nee, er moest namelijk hóógnodig geproost worden. En wel op het nieuwste, kleinste familielid. Op de boot kregen wij namelijk te horen dat het kindje van Roos en Michiel is geboren en dat maakt ons tante en oom. En trots. Heel trots. Want je wist het misschien niet: maar het is het knapste jongetje van de wereld.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende ochtend werden we vriendelijk verzocht om voor zevenen aan het ontbijt plaats te nemen want om 7.30 begon de excursie naar de grotten. Het werd een hike, dus werden wandelschoenen sterk aanbevolen. Ralf en Cas hadden helaas het ontbijt gemist en daarmee ook de boot naar de grotten. Gelukkig werden ze een paar minuten later alsnog hiernaartoe gebracht. Alhoewel..gelukkig? In de grot liepen tientallen, nee honderden toeristen. Die hike was een lullig trappetje naar boven en vrolijk vertelde onze gids over de vormen van de grot en wat het allemaal voorstelt (een oude mam, een kussende vrouw, een schildpad, etc). Gelukkig hebben ze daarna alles weer goed gemaakt. Een kleiner bootje bracht ons namelijk naar Cat Ba Island, een paradijsje tussen alle rotsen. Cat Ba bestaat uit een hagelwit strand, blauwe zee, een paar hutjes en 1 restaurant. Je begrijpt: de rest van de dag deden we hélemaal niets.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende ochtend was het gedaan met de pret en werden we weer afgezet aan de kust. Het was tijd om Cas en Ralf gedag te zeggen en ons klaar te maken voor een lange, lange reisdag. Deze begon met een 4 uur durende busrit terug naar Hanoi, 4 uur wachten op de trein en een 15 uur durende treinreis naar Hoi An. Aan slapen in de trein zijn we inmiddels redelijk gewend en de bedden waren redelijk comfortabel. Desalniettemin ben je na zo’n reis redelijk gesloopt. De laatste paar uur deelden we de coupé met 2 meiden uit Vietnam. Met handen en voeten konden we met elkaar communiceren en apetrots waren ze toen we foto’s maakten van de uitzichten. Zodra we bij ons eindpunt waren hielpen ze ons met de backpacks en zwaaiden ons nog even na.

23 juni t/m 26 juni: Hoi An

Iedereen die we hebben gesproken was dól enthousiast over Hoi An. ‘Een stadje om verliefd op te worden’, ‘zo romantisch’, ‘leukste plek van Vietnam’. Toch hadden we ons niets bij Hoi An voorgesteld, of ons ook maar ergens op verheugd. Dat is 1 ding dat we hebben geleerd tijdens onze reis: dan kan het alleen maar tegenvallen.

image

In Hoi An hadden we een Homestay geboekt. We werden opgehaald van het treinstation en bijna knuffelend ontvangen. Een drankje stond al voor ons klaar en trots liet ze ons de kamer zien. Na het warme ontvangst hebben we tóch nog even een siësta gehouden – slapen in de trein is oké, maar toch breekt het je op.

‘S avonds liepen we naar het ‘oude centrum’ en aten we bij Nu Eatery. Mocht je een keer in Hoi An zijn, dan moét je hier naartoe. Mensen stonden in de rij te wachten op een tafeltje, en na afloop begreep ik waarom. Nog nagenietend van het eten liepen we terug naar het hostel. Overal mensen, de mooiste winkels en in alle bomen gekleurde lampionnen. Eenmaal in onze kamer lagen er koekjes op bed en een briefje waarop ze ons ‘a goodnight’ wenste. Wat een schat.

Vrijdagochtend stapten we op de fiets – want fietsen doet iedereen hier in Hoi An – en gingen we naar het strand. Het idee dat we naar het strand konden fietsen in een half uurtje maakte mij zo blij als ‘n kind. De stranddag was voor ons allebei het ideale relaxmoment. Je zult het namelijk bijna niet geloven, maar reizen is best vermoeiend. Deze fijne dag sloten we af bij The Hill Station waar ze kaasplankjes en rode wijn hadden. Waren we zomaar even in Parijs.

Zaterdag liepen we een dagje door de stad en liepen we van het ene leuke koffietentje naar het ander. En ook aan smoothies met chiazaad en verse yoghurt geen gebrek – voor degene die mij kennen weten hoe gelukkig ik daar van word. De mensen die zeggen verliefd te zijn geworden op deze stad.. ik geef ze geen ongelijk. Deze stad heeft alles dat je nodig hebt, plus een beetje extra.

Ik had helemaal geen zin om weg te gaan uit Hoi An. Ik kon hier nog dagen, misschien wel weken blijven. En toch was het zondagochtend tijd om gedag te zeggen tegen deze fijne stad. Met een verrassingspakketje van onze Homestay – want we hadden zo’n lange reis voor de boeg – stonden we om 6 uur op het treinstation. Onze trein vertrok om 7 uur en naar verwachting zouden we om 22 uur aankomen in Mui Né. We hadden ons voorbereid op een barre tocht, want we hadden gekozen voor een 6-persoons coupé en wij hadden de bovenste bedden. Of nouja, gekozen… Het waren de laatste 2 bedden. En de trein was nu eenmaal het goedkoopst.

This slideshow requires JavaScript.

In onze coupé verbleef een familie met 5 kinderen. De bovenste bedden zaten nog nét niet tegen het plafond aan en we konden ons er net onder wurmen. De bedden waren plankjes en zitten kon dus niet. Op je zij liggen was al een heel avontuur, straks kwam je nog klem te zitten. En dan heb ik het nog niet over het wc avontuur. Kijk, dat de wc’s vies zijn, daar maken wij geen enkel punt meer van. Neus dicht en hangen maar. Nee, het avontuur bestond uit je bed uit klimmen, en er weer ín zien te komen. Terwijl je je in je bed probeert te proppen, na eerst 10x op benen en tenen te hebben gestaan van de onderburen, moet je ook nog de muizen zien te ontwijken. Ja heus. Zodra de trein om 22.30 arriveerde waren we beiden meer dan blij en opgelucht, bijna rennend kwamen we de trein uit.

Mijn opa zei altijd ‘echte reizigers zeuren niet’. En we hebben naar ‘m geluisterd. We hebben gelachen, en hard ook. We wilden tenslotte zelf goedkoop reizen. Dan zul je ‘m krijgen ook.