Dag 102-112. Bali (Kuta Beach), Lombok & Gili eilanden (Indonesië)

14 juli – 17 juli. Bali deel 1: Kuta Beach. 

Na ons wekenlang te hebben verheugd was het dan éindelijk zo ver. Ruben – het broertje van Kas –  en zijn vriendin Julia gaan een maand samen met ons door Indonesië reizen en waren een dag voor ons aangekomen. Zo snel mogelijk zijn we door de visumcontrole heen gerend, hebben onze backpacks gepakt en zijn de taxi in gesprongen. Ik vroeg nog aan Kas “denk je dat ze op het strand liggen, of zullen ze op ons wachten in het hotel?”. Kas was volledig overtuigd van het feit dat Ruben en Julia ons op zouden wachten bij het hotel. Uiteindelijk bleken de twee slaapkoppen nog in bed te liggen – het was ook pas 2 uur ‘s middags ;).

This slideshow requires JavaScript.

Anyways. De eerste dag hebben we niet zoveel gedaan. Beetje relaxen op het strand, en vooral heel veel bijpraten. De tweede dag Bali hebben Ruub, Juul en ik de surfplanken gepakt en hebben een surflesje genomen. Dat ging bij mij vooral met vallen en opstaan en had 3 dagen spierpijn als gevolg. Na het surfen liepen we naar een plek waar ze kleine zeeschildpadden uitzetten in de zee. Je ‘krijgt’ hier een baby zeeschildpad in een bakje met water, zet de zeeschildpad vervolgens op het strand en na een tijdje worden ze door de golven meegenomen. Een heel bijzonder gezicht, honderden kleine zeeschildpadjes die een nieuw leven tegemoet gaan.

This slideshow requires JavaScript.

Bali bestaat uit allerlei verschillende populaire plekjes en het was lastig hier een keus uit te maken. Dat hebben we dus ook niet gedaan. Ons Bali avontuur begint hier bij Kuta Beach, maar ook Canggu, Ubud en Seminyak komen later nog aan bod. In Uluwatu verblijven we helaas niet, dus hier zijn we een dagje naartoe gereden op de scooter. Van het ene strandje zijn we naar de ander gehopt en we vielen van de ene verbazing in de ander. Wat een plek. Een beetje magisch bijna. Witte stranden, blauwe zee en overal hippie-achtige tentjes en vrolijke surfers.  We eindigden onze dag bij Single Fin. De mooiste (en waarschijnlijk ook de duurste) beachclub die ik gezien heb tot nu toe. Het terras zit boven het water en terwijl de DJ fijne nummertjes draait, bestellen wij nog maar een biertje.

17 juli – 19 juli: Lombok

’S ochtends om 7 uur staan we klaar voor onze pick-up, welke uiteraard pas om half 8 aankomt. Hadden we kunnen weten. In Azië is tijd niet zo’n ruim begrip en het heeft ook geen zin om je hier druk om te maken. 7 uur is vaak half 8, maar een uurtje of 8, half 9 zou ook zomaar kunnen. Het argument is áltijd hetzelfde: traffic. “So much traffic”. Vaak gebruiken ze dit argument ook op plekken waar we nog nooit traffic gezien hebben, maar daar moet je maar niet over in discussie gaan.

image
Blue Lagoon

Van Kuta Beach rijden we niet in een keer door naar de haven, maar stoppen eerst nog even bij Blue Lagoon. Deze plek staat bekend om het mooie strand en het mooie snorkelen. En mooi was het. Hierna hebben we de boot naar Lombok gepakt. Terwijl de mannen beneden in de verkoelende airco zaten, zijn Juul en ik verplaatst naar het dak. De boxjes werden aangezet, de biertjes uitgedeeld en de zon deed ook vrolijk mee.

Lombok is een wereld van verschil als je net van Bali afkomt. Waar je in Bali door files toeristen heen loopt, kom je ze hier amper tegen. In Lombok hadden we drie dagen de tijd en er waren een aantal dingen die hoog op onze to-do lijst stonden. Zo ook Kuta Beach (die je inderdaad zowel in Bali hebt als in Lombok) en Pink Beach. Bij het noemen van deze laatste schoot de travel agency direct in de lach “we don’t go there, it’s to dangerous” riepen ze. Nee, naar Pink Beach gaan ze niet. Voor geen goud, en dat zegt wat hier. Veel te gevaarlijk. Naar Kuta Beach willen ze ons wel brengen, maar later dan 21.00 uur gaan ze niet terug. Wederom om dezelfde reden, het is hier ’s avonds te gevaarlijk. Even omschakelen na het toeristische en relaxte Bali dus.

This slideshow requires JavaScript.

’S Ochtends vroeg stond onze driver op de stoep die ons een dag overal heen zou brengen. We begonnen de dag in Mataran, de hoofdstad van Lombok. We reden langs de grootste moskee die we ooit hebben gezien en terwijl we langs de mooie rijst & tabaksvelden reden kwamen we uit bij een lokaal dorpje. Hier bekeken we de traditionele huizen, staarden we verwonderd naar de vrouwen die aan het weven waren en keken we lachend naar de spelende kinderen. Als we uitgezwaaid zijn rijden we door naar Mawun Beach. Een klein en relatief onontdekt wit strand met helderblauw water. Juul bekommert zich hier om de straat honden – dat doet ze overigens overal – door ze stiekem wat biscuitjes te geven en de gebroeders Karelse voetballen wat op het strand.

Onze volgende stop is Kuta Beach, maar geen beach-time voordat we iets hebben geluncht. Aangezien we alle vier ontzettende sushi-freaks zijn had Juul onze lunchplek al uitgedacht. We werden een uur lang overladen door de heerlijkste sushi en ik maakte mij stiekem een beetje ongerust over de prijs. Ruub en Juul hadden echter een verrassing voor ons. Deze sushi-hemel hadden we van oma Ria gekregen. Veel te lief natuurlijk, maar wat hebben we genoten!

Rollend zijn we naar het strand gegaan – ik kan mij niet herinneren zó vol te hebben gezeten – voor nog wat laatste zonnestralen. Terwijl Ruub en Kas wat biertjes halen, komt er een jongetje aanlopen die armbandjes verkoopt, je begrijpt natuurlijk: dit gaat helemaal mis. En inderdaad, het jongetje was binnen 1 minuut 4 armbandjes armer, en wij rijker. Maar het bleef niet bij dat ene jongetje. De liefste kindjes liepen af en aan, de één met een nog liever smoeltje dan de ander. Nóg meer van ze kopen ging niet en dus gingen we over op een potje voetbal. De kinderen gierden het uit van het lachen, deden stinkend hun best en kregen na afloop koekjes en een lolly. Pfff, als het kon had ik ze meegenomen.

image

De tweede dag Lombok zijn Juul en ik prima doorgekomen. We hadden een drie uur durende Spa behandeling op de planning staan. Massage, haarmasker, bodyscrub en een manicure en pedicure volgden. Rozig en wel stapte we zo met onze gelakte nagels nog even het strand op en sloten we onze tijd in Lombok af met een pizzaatje op het strand.

19 juli – 22 juli: Gili Air

Aan mooie stranden in Indonesië geen gebrek, want van Lombok gingen we door naar Gili Air. Het kleinste eiland van de drie bekende Gili eilanden. Vanwege het hoogseizoen in Indonesië hadden Juul en Ruub al vrijwel alle accommodaties geregeld. 1 verblijf hadden ze echter aan ons overgelaten: het verblijf op Gili Air. Op de foto’s zag het er verzorgd en relaxed uit en het was nog betaalbaar ook. De ellende begon al bij de receptie. Ik had een vierpersoonskamer geboekt, zodat we met zijn viertjes op 1 kamer konden slapen. Die vierpersoonskamer hadden ze doorgekregen maar 1 van ons was op een andere dorm neergelegd. Een man uit Bejing lag namelijk al op ‘onze kamer’. Lekker dan, wij regelen ook een keer wat. Met handen en voeten hebben we deze Chinees – die 0 engels kon, dus het was nogal een uitdaging – gevraagd of hij naar die andere kamer kon verhuizen. Of hij dat echt wilde weten we niet zo goed, maar hij pakte in elk geval zijn spullen en wij waren gelukkig met onze eigen kamer. Alhoewel, gelukkig? De wc’s waren vies – beetje ranzig zelfs – de douches koud en niet al te schoon, en de kamer was bloedheet. Je kunt best stellen dat ik mij een tikkie schuldig voelde over mijn slechte keuze ;).

Sinds wij onze PADI hebben gehaald, staat het zwemmen met seaturtles hoog op mijn lijstje. Ik vind deze beesten zo fascinerend en bijzonder, dat ik ze dolgraag een keer in het echt wilde zien. We vroegen wat rond op het eiland en het was in no-time geregeld. De volgende ochtend om 8.30 gingen we naar Sea Turtle Heaven, de plek om ze te spotten. Klonk als muziek in de oren, totdat ik om 3 uur ’s nachts ziek wakker werd. Is sowieso natuurlijk helemaal kut, laat staan op deze plek. Ik geloof dat een jongen van 1 van de andere dorms dacht dat ik ladderzat was toen ik op de grond bij de wc’s lag en keek mij twee dagen lang nog argwanend aan. Eeeh ja, sorry man.

Soms wordt mij wel eens gevraagd, “ben je nog niet moe van al dat reizen, verlang je niet naar thuis?” Nou, toen mijn lichaam er ’s ochtends nog een blaasontsteking tegen aan gooide en ik op die stinkende bloedhete kamer lag vond ik het reizen inderdaad best even heel erg klote. Wilde lekker thuis zijn op een schone wc, op een schone kamer, op een fijn bed. Maar deze gedachte was de volgende dag weer weg hoor, geen zorg.

Kas, Juul en Ruub zijn daarentegen wel samen op schildpadden jacht gegaan (en met succes) en ‘s avonds sloot ik toch nog even aan bij de zonsondergang.

22 juli – 25 juli: Gili Trawangan. 

Gelukkig had ik dit verblijf maar 2 nachten geboekt en pakten we de volgende ochtend al de boot door naar Gili Trawangan. Hier had Juul weer iets geregeld en je begrijpt: dat was weer allerfijnst. Dolblij met de airco, onze buiten douche en kingsize bed, waren we toch een beetje verbaasd over het eiland. Dat het toeristischer zou zijn dan Gili Air, daar had men ons op voorbereid. Maar dit is niet meer toeristisch. Dit is ‘tourists-are-taking-over-the-island’. Er zijn slechts 5 momenten per dag waarop je je realiseert dat je op een islamitisch eiland zit. Vooral om 5 uur ’s ochtends realiseer je je dit heel goed. Op dat moment begint het gebed, gaan de speakers van alle moskees op volume 100 en word je ruim een uur vermaakt.

This slideshow requires JavaScript.

Terwijl Ruben hier zijn PADI aan het halen was in drie dagen, vermaakten wij ons ook prima met duiken. Op dag 1 was ik niet gelukkiger te krijgen na het zien van drie seaturtles (ze zijn nog leuker dan in Finding Nemo) en op dag 2 werden we nog een keer verrast door een baby haai.

image

Verder hebben wij op Gili Trawangan vrij weinig gedaan. Deze drie dagen stonden in het teken van beerpong, duiken, slapen en heerlijke middagen op het strand. En natuurlijk: Ruub die zijn PADI heeft gehaald. Vrolijk duikend zullen wij onze Indonesië reis dus gaan vervolgen, dat begrijpen jullie. En dat duik-avontuur beginnen wij met zijn viertjes in Nusa Lembongan, onze volgende bestemming.

Dag 93 -102. Siem Reap (Cambodja), Koh Chang & Bangkok (Thailand)

5 juli – 7 juli: Siem Reap. 

De dag na de Killing Fields besloten we met zijn drietjes – samen met Bart – door te reizen naar Siem Reap. Misschien niet zo’n bekend stadje, maar hier ligt het meest grote en bijzondere tempelcomplex: Angkor. Al dagen, nee maanden, keek ik uit naar dit bezoek. In Nederland was ik namelijk opzoek naar de do’s en dont’s in Azië en zo stuitte ik op de foto’s van Angkor. Die stond bij mij op nummer 1: “Kas, ik moét hier heen”. Ik heb lang moeten wachten, maar eindelijk was het moment daar.

Na een lange busrit kwamen we in de buurt van Siem Reap. Vlak voor de stad had de bus nog twee stops. De tuktuk en taxi chauffeurs kwamen aanrennen en sprongen nog nét niet de bus in om klanten te winnen. Mensen die uitstapten moesten oppassen dat ze niet omver werden gelopen. De officiele stop in Siem Reap werd dan ook iets anders aangepakt. De bus werd achter een hek geparkeerd en zodra het hek op slot was mochten we de bus uit. Pas toen iedereen zijn of haar tas had ging het hek weer open. Klaar om het gevecht met de taxichauffeurs aan te gaan. Wát een gekte.

Eenmaal in ons hostel vroegen we of ze een TukTuk konden regelen die ons rond kon brengen in Angkor de volgende dag. Die hadden ze zeker. “28 dollar for the whole day”. Prima, doen we. Tevreden liepen we ‘s avonds de stad in om wat te eten en te drinken. We hadden niets van dit stadje verwacht en waren allebei verbaasd. Zoveel mooie straatjes! Terwijl we aan een spinazie-appel-chiazaad-limoen-munt-juice zaten en een granolabar weg zaten te knabbelen ging ik tóch nog even aan de TukTuk op straat vragen hoe duur een dagje Ankor was. “20 dollar for the whole day”, vertelde hij mij. Wel verdomme. Kas is teruggesneld naar het hostel om onze tour te annuleren én ze even duidelijk te maken dat het niet oké is ons zo af te zetten. Niet meer dan een brom kreeg hij terug.

Om 4.10 de volgende dag werden we opgehaald door de TukTuk, hij bracht ons de hele dag van tempel naar tempel. Om iets voor 5en stonden we als een stel kleine, enthousiaste kinderen voor Angor Wat. Wachtend op de zonsopgang. Welke uiteraard – what’s new – niet kwam.

This slideshow requires JavaScript.

Het complex is 200 hectare groot. Hoppend van de ene tempel naar de ander dachten we steeds dat het niet mooier kon. Maar dat kon dus wel. We vonden het vooral bijzonder hoe de natuur en de tempels in elkaar zijn gegroeid. Keer op keer hadden we het gevoel in een ander sprookje te zijn beland.

Ook wat eten & koffie betreft is het in Angkor goed geregeld. Aan koffie kraampjes geen gebrek en er was zelfs happy hour! 2 cappu’s en de derde kreeg je gratis – ze zijn hier dól op Happy Hour. Even later brak de lunchtijd aan en gingen we opzoek naar een broodje. Een vrouw kwam met de menukaart aangehuppeld. De broodjes voor 3,5 dollar waren welliswaar hartstikke duur, maar we hadden niet zoveel keus – ook zoiets vreemds trouwens, in Cambodja rekenen ze met de dollar en betaal je ook in dollars. Mijn ultieme blijdschap met het broodje groenten werd bruut verstoord door familie mier. Zij vonden dat broodje toch óók wel heel lekker. Ik was druk bezig om ze ervanaf te halen toen de serveerster zich ermee begon te bemoeien. Met haar dikke vingers door de sla en de tomaten haalde ze de mieren er 1 voor 1 uit. Geen probleem, ben inmiddels wel wat gewend. Afijn, het broodje was best lekker. We vroegen haar de rekening en ze vertelde ons dat de broodjes 5 dollar kostten. “The menu said 3,50 dollar, not 5”, zei ik verbaasd. Ze pakte het menu erbij en verdomd: er stond 5 dollar. Ik snelde naar de stapel menukaarten en viste de menukaart eruit die ze ons gegeven had. Daar stond 3,50 op. Die Cambodjanen toveren steeds weer een andere truc uit de hoge hoed om meer geld te krijgen van toeristen. Ik gaf haar de 3,50 en liep weg. Ze zei er niks van, maar haar gezicht sprak boekdelen.

This slideshow requires JavaScript.

Aan het einde van ons bezoek aan Angkor waren we compleet gesloopt. Twaalf uur lang hebben we rondgehuppeld, duizenden foto’s gemaakt, en af en toe roepend naar elkaar “kom hier, het is hier nóg mooier”. En dan gingen we op een steen zitten. Kijken. Jep, Angkor staat zéker in mijn top 5.

Ons plan was nog een beetje onduidelijk na Angkor. Rijden we verder naar het zuiden van Cambodja of gaan we naar het Noorden? Óf, probeerde Kas voorzichtig, gaan we alvast naar Thailand en pakken we een paar dagen een eiland? Onze vlucht gaat 14 juli vanuit Bangkok, dus we moeten toch die kant op. Alle drie riepen we meteen dat we dat wilden. Even weg uit de hectiek, de drukte en heel even een paar dagen niet reizen. Klonk als muziek in onze oren. Zo gezegd zo gedaan. Ons hostel bood ons bustickets aan naar Koh Chang voor 25 dollar. Argwanend als we inmiddels zijn, liepen we nog even een travelagency binnen. 15 dollar.

7 juli – 11 juli: Koh Chang. 

De volgende ochtend werden we opgepikt door de bus en waren we alle drie toch best een beetje blij dat we weg gingen uit Cambodja. Op de één of andere manier hadden we er alle drie niet een heel lekker gevoel bij, werden moe van al het ‘toeristen afzetten’ en vonden de manier van verkoop heel agressief. Ja; we waren helemaal klaar voor Thailand.

De busrit naar Koh Chang – het Thaise eiland – was nog wel een dingetje. Familie Hippie zat bij ons in de bus en de zoon had een verkeerd visje gegeten de avond daarvoor. Kermend van de pijn lag ‘ie op zijn stoel, de hele rit lang. Na 2 uur was ‘ie er klaar mee. Hij stond op en riep naar zijn moeder: “mom, Im going uit”. En hij stapte resoluut de bus uit. Mamma snelde naar ‘m toe en viste hem net op tijd van de straat. De buschauffer had geen tijd voor dit soort grapjes en had het gaspedaal alweer ingetrapt. Die arme jongen kotste de hele boel onder, en mamma zat rustig achterin. Want je denkt toch niet dat mamma naast haar zoon gaat zitten? Nee, die mag lekker naast een vreemde zitten. Gezellig. Bij de eerste stop zat mamma met haar handen in het haar, “I don’t know what to do!”. Nou, begin eens met naast je zoon te gaan zitten. Wij gaven haar het advies naar het ziekenhuis te gaan in Bangkok, verkeerde vis kan nogal eehhh.. gevaarlijk zijn. Vond ze wel een gedoetje hoor, ze had zich zo verheugd op het eiland. Ach ach.

Bij de grens van Thailand moesten we 1,5 uur wachten op de volgende bus. Een gehaaste Thai pikte ons en 5 anderen op. Hij moest nog wel even stoppen bij de Thaise grens, waar hij nog iemand moest ophalen. Twee Duitsers vonden dat het tijd werd hun ongenoegen te uiten. “Why we wait again? We wait for 2 hours already and we want to go to Koh Chang!”. “I’m also waiting the whole day for you, I have to pick up people”. “We want to go to Koh Chang, just drive now!”, “I’m driving since 6 in the morning, if you don’t like it just get out of my bus”, antwoordde de chauffeur boos. “Aahhh fuck off” riep de Duitse chick pissig. De chauffeur stak zijn middelvinger op en schreeuwde er nog een “fuck you too” tegenaan. Je kunt je dan ook wel voorstellen dat het ongenoegen compleet was toen de chauffeur onderweg nog een keer of 5 stopte om bloemetjes te kopen. Welkom in Azië lieve mensen. Alles is hier mogelijk.

Voor de eerste twee nachten hadden we een hutje aan de zee geboekt. Een lieve Thaise vrouw verwelkomde ons met open armen en een bord met warme rijst. Fijn, we zijn weer in Thailand. De volgende dag deden we niets. De zon was helaas nergens te bekennen maar we hebben ons prima vermaakt met boekjes lezen, spelletjes spelen en filmpjes kijken.

De volgende dag verplaatsten we onze spullen naar een nieuw verblijf aan het strand voor de laatste twee nachten: Pjamas. Hier hadden ze een zwembad en wit strand – in plaats van stenen. Helaas is de zon er vrijwel niet geweest tijdens de drie dagen op het eiland, maar we vonden het helemaal prima. De laatste avond zijn we op stap gegaan met Rachel en Kate. Kate komt uit Thailand en Rachel uit Amerika, maar woont al twee jaar in Nederland. Over een paar weken gaat ze haar inburgeringsexamen doen en ze was nog een beetje onzeker over haar Nederlands. Wat nergens voor nodig is, want haar Nederlands is zó goed. Vooral het roepen van scheldwoorden was haar favoriet “vind ik zó grappig”, riep ze dan. Jep, Rachel is absoluut een aanwinst voor Nederland.

Ondanks het regenachtige Koh Chang hebben we vier prima relax dagen gehad. We hebben zélfs een ochtendje op de bank gehangen en films gekeken.

11 juli – 13 juli: Bangkok. 

image

In een halfleeg busje en met een vrolijke chauffeur zijn we naar Bangkok gereden. Toen Kas en Bart rond 13 een M teken zagen begonnen hun buiken spontaan te knorren. Of de chauffeur niet even kon stoppen bij de Macdonalds. Geen probleem, hij reed wel even door de Drive Thru. Wat een held.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende ochtend was het tijd voor CentralWorld: het shoppingcenter van Bangkok. Vooral Bart en ik waren reuze enthousiast en lieve Kas deed vrolijk mee. Echt ruimte in onze backpack voor extra kleding hebben we niet, maar er moest hoognodig kleding vervangen worden. De laundry service hier in Azië is namelijk heerlijk goedkoop maar je krijgt altijd nét iets minder van je kleding terug. Shirts vol met gaten, broeken met scheuren en mijn witte broekje – wie neemt er in vredesnaam dan ook een wit broekje mee tijdens een backpackavontuur – was inmiddels grijs/roze.

image

Deze dag sloten we af bij Nana. Dit keer met een heel enthousiaste Bart en Kas en een Nicky die vrolijk mee deed ;). Nana is dé gogobar area van Thailand – voor de leken onder ons, Google maar eens even – en daar wilden de mannen een avondje heen. Wat een avond. Ik wist niet zo goed wat ik meemaakte en viel van de ene verbazing in de ander. De details zal ik jullie besparen, geen zorg.

Snoeibrak en moe moésten we van onszelf het bed uit om 10 uur om iets van onze laatste dag Bangkok te maken. We begonnen de dag bij Cafe Dexter met een gezond ontbijt en bleven hier een uurtje of twee hangen. We waren niet vooruit te branden. Toch wilden we heel graag nog naar Khao San Road want je bent niet écht in Bangkok geweest als je dit gedeelte hebt geslipt. Omdat lopen te ver was, pakten we een taxi. De afstand die we moesten afleggen was 5km en daar doe je dus gerust 1,5 uur over. Mocht je ooit in Bangkok gaan wonen: koop vooral geen auto, je wordt echt hélemaal gek. Wij zijn de taxi maar uit gestapt en hebben de laatste paar kilometer gelopen.

We liepen in een soort slowmotion door de straten heen – we liepen nog net niet achteruit – toen Kas zei: “grappig, dat lijken Cas en Ralf wel daar”. Ik stormde erop af, want dat léken ze niet alleen, dat waren ze! Maar dit was toch echt wel de laatste keer dat we ze tegen zouden komen. Kas en ik vertrokken de volgende ochtend vroeg naar Bali en dus was dit écht de laatste lunch samen. Ik, samen met mijn vier leukste reismannen :).

Als om 2 uur ‘s nachts de wekker gaat ben ik totaal gedesorienteerd. Maar Kas lijkt daar geen last van te hebben. Hij heeft van die blije glinsteroogjes en kan niet wachten tot we op Bali zijn. Ruub & Juul, we komen eraan!

 

 

Dag 84 – 93. Mui Né, Ho Chi Minh, Mekong Delta(Vietnam), Phnom Penh (Cambodja).

27-28 juni: Mui Né


Veilig en wel aangekomen in Mui Né na de hellse treinrit, lagen we tevreden om 12 uur ‘s nachts in bed. Dat we de volgende ochtend bizar vroeg een trip hadden geboekt leek op dat moment nog best een prima idee. 3,5 uur later was het tijd om weer op te staan – en ja, dit voelde toen ineens als een heel slecht plan. Om 4 uur werden we opgepikt door een busje die ons naar de zandduinen zou brengen en waar we de zonsopgang konden zien. Eenmaal aangekomen bij de zandduinen werd het langzaamaan lichter en waren de witte zandduinen inderdaad een bijzonder fenomeen. Maar die zonsopgang? Die hebben we niet gezien. Na de witte zandduinen zijn we doorgereden naar de rode zandduinen. Ook mooi, maar mássa’s mensen. Een foto maken zonder toerist bleek nogal een opgave. Dat neemt overigens niet weg dat toeristen geen foto’s van óns konden maken. Chinezen liepen wederom voor ons met selfiesticks om zo ‘onopvallend’ foto’s van ons te maken. Één Chinees meisje gooide het weliswaar over een andere boeg. Zij bleef maar rondjes om ons heen lopen terwijl ze aan het filmen was. Af en toe vroeg ze ons dan te zwaaien, of er een peaceteken tegen aan te gooien.

Nadat we de bus waren ingevlucht en mij afvragend wat ze in vredesnaam met dat filmpje gaat doen, reden we weer een stukje verder. Dit keer naar een riviertje en een vissersdorpje. Vooral dit laatste vonden wij heel fascinerend om te zien. Tientallen mannen die trots met bákkenvol vis uit de zee kwamen lopen. Vrouwen zaten op het strand de goede vissen eruit te halen en peuzelden af en toe een rauw visje weg. Fantastisch vonden ze het dat Kas en ik foto’s van ze maakten. Met twinkelende ogen lieten ze trots de vangst van de dag zien.

image

Na deze vroege ochtendtour zijn we gaan relaxen op het strand. Zonder zon weliswaar, maar dat mocht de pret niet drukken. Na de treinreis van de dag daarvoor en de paar uur slaap waren wij meer dan tevreden met dit relaxmomentje.

29 juni – 1 juli: Ho Chi Minh

Mui Né staat bekend om de zandduinen en bestaat verder uit 1 straatje en een strand. Om deze reden besloten we de volgende dag met de bus door te reizen naar de hoofdstad van Vietnam: Ho Chi Minh. Deze sleeperbus van 6 uur was een verademing na de treinreis en beschikte tot onze verbazing zelfs over een werkende WiFi. We hadden de meest verschillende verhalen over Ho Chi Minh gehoord, maar over 1 ding waren ze het allemaal eens: ‘wát een drukte. De meest drukke stad die je zult zien tijdens je reis en het is daar onmogelijk om over te steken’. Misschien komt het doordat we ons hadden voorbereid op het ergste, maar het viel ons allemaal reuze mee. Natuurlijk was het chaos, maar waar is het dat niet in Azië? En oversteken is, net zoals in Hanoi, een opgave. Maar: oefening baart kunst. Al zigzaggend trotseren Kas en ik inmiddels het verkeer.

Om de stad een beetje te verkennen liepen we na aankomst een rondje en sloten we af bij Pasteur Brewing Company. Klein straatje in, donker steegje door, smal trappetje op en we arriveerden bij het liefste, kleinste en gezelligste biertentje. Hier genoten we samen intens van de speciaalbiertjes. Na drie maanden lokaal bier was dit echt een feestje, vooral Kas begon helemaal te glimmen.

This slideshow requires JavaScript.

Vlakbij de stad liggen de Cu Chi tunnels. Tijdens de Vietnam oorlog hebben de slimme Vietnamezen allerlei ondergrondse tunnels gebouwd om zo de Amerikanen keer op keer te slim af te zijn. Terwijl we onze bus parkeerden tussen de tientallen andere bussen, was het tijd om in een rij van 60 onze tickets te laten checken. Eenmaal bij de tunnels waren de toeristen niet meer te tellen. Ik stond achterin op mijn tenen om een blik op te vangen van hetgeen er te zien viel terwijl onze gids ons van alles leerde over de Vietnam oorlog.

This slideshow requires JavaScript.

Middenin de stad zit het War Museum, dat ook over deze oorlog gaat. De volgende ochtend hebben we hier ruim 2 uur doorgebracht. Dit keer op ons eigen tempo, met niet teveel mensen en wederom hebben wij ons verbaasd over de gruwelijkheden van de oorlog. Vooral omdat ik mij heel goed realiseer: deze verschrikkelijke dingen gebeuren vandaag de dag nog steeds.

Na het War Museum brachten we een bezoekje aan The Workshop – voor de lekkerste koffie – en sloten we deze dag af in de bioscoop. De stad was zo warm en we hadden ontzettend veel zin om op een chille stoel te kruipen en een filmpje te kijken. Net zoals thuis.

1 juli – 2 juli: Mekong Delta 

Op 2,5 uur rijden van Ho Chi Minh ligt de Mekong Delta. De Mekong achtervolgd ons al sinds Thailand en er lijkt maar geen einde aan te komen. De Mekong Delta bestaat uit allemaal kleine eilandjes, waar heel veel kleine takjes van de Mekong doorheen lopen. De mensen hier leven op het water – letterlijk. Een tweedaagse Tour liet ons kennismaken met de Mekong delta en haar inwoners. Op kleine bootjes peddelden de vrouwen ons over de riviertjes en lieten ons trots de omgeving zien. Maar na afloop moesten we wel even een tip geven, vertelde onze gids. We bezochten ook een bijenfarm, konden heerlijk een uurtje relaxen in de hangmat, vaarden nog een stukje over de Mekong en mochten zelfs nog even met een Python op de foto – daar ben ik even afgehaakt. En bij elk gedeelte kregen we te horen: denk aan de tip!

This slideshow requires JavaScript.

De tweede dag was het wederom vroegdag en bracht onze boot ons naar de floating market. Eigenlijk waren we daar een beetje laat voor, het was immers al 7 uur. En dan zijn de lokals al uren up & running en de boodschappen al lang en breed gedaan. De Tour sloten we af met een barbecue – gezellig met gebraden ratten, slangen en kikkertjes – om vervolgens terug te rijden naar Ho Chi Minh. En natuurlijk sloot onze gids af met de woorden ‘vergeet mij vooral geen tip te geven’.

image

Inmiddels waren Cas en Ralf ook aangekomen in Ho Chi Minh. Zij hadden wat meer tijd besteed in andere plaatsen en we hadden elkaar alweer een tijdje niet gezien. We hadden samen één avond in de stad welke we vrolijk biertjes drinkend hebben doorgebracht.

Met volle snelheid en weinig rust zijn we door Vietnam heen gereisd. Op 14 juli vliegen we namelijk van Bangkok naar Bali en dus moesten we ons een beetje haasten. Zondag was het dus alweer tijd om Vietnam gedag te zeggen. Ook hier hebben wij ons wederom verbaasd over de mooie natuur, maar we vonden het wel héél toeristisch.

3-4 juli: Phnom Penh (Cambodja).

Zondag kwamen we aan in Phnom Penh – Cambodja – met de bus en bracht taxi-chauffeur Bora ons naar ons hostel. Wat we maandag gingen doen, vroeg hij toen we bijna waren gearriveerd. “We denken naar de Killing Fields en het museum”, zei ik in mijn enthousiasme. Nou, Bora kon ons wel even heen en weer brengen voor 25 dollar. Dat wij nog niet wisten of we dat wilden, vond hij maar een beetje vreemd. “No problem. I bring you”. Ook bij het hotel hebben we hem nog 20x uitgelegd dat we nog niets zeker weten en dus geen afspraak met hem willen maken. “I bring you, 9 o’clock”. En dan verlies ik m’n geduld met zo’n man. Wegwezen. Wanneer we de volgende ochtend buiten aan het ontbijt zitten komt ‘ie aanrijden “I bring you now?”. Nee, je brengt ons nergens naartoe, we wíllen niet met de taxi. “Sorry Bora, but no thank you’. ‘Who not? Come, I bring you’. Zo opdringerig hadden we ze nog niet meegemaakt, zou het iets Cambodjaans zijn?

Uiteindelijk zijn we in een tuktuk en zonder Bora naar de Killing Fields gereden. Een paar minuten voordat we aankwamen kwam er een andere tuktuk naast ons rijden en hoorden we ; “kijk nou! Dat is toevallig”. Staat Bart in een keer naast ons. Bart hebben we twee maanden geleden leren kennen in de jungle van Maleisië en nu stond ‘ie ineens naast ons. Een van de dingen die reizen zo leuk maakt.

This slideshow requires JavaScript.

Samen hebben we de Killing Fields en de bijbehorende gevangenis, S21, bezocht. Van te voren hadden we al begrepen dat het een heftige dag zou worden. Veel mensen haakten na de Killing Fields af, omdat ze de gevangenis daarna te heftig vinden. Bij de Killing Fields kregen we een Nederlandse audio en zo liepen we met z’n drietjes rond. Terwijl een Nederlandse meneer mij over alle gruwelijkheden vertelde, liepen we over de plekken waar het allemaal gebeurde. In 1975 kwam de Rode Khmer aan de macht, met Pol Pot aan het hoofd. Hij was van mening dat ze weer met het jaar 0 moesten beginnen en alle geleerden moesten uitmoorden – klein detail hierbij is dat Pol Pot zelf een uitstekende opleiding had gevolgd. Hier hoorden ook de mensen bij die een bril droegen, een boek tot hun beschikking hadden of een dagboek bijhielden. Laat staan dat je een vreemde taal sprak! Of zoals de audio-meneer zei: ‘alle mensen met zachte handen’. In totaal is 1/4 van de bevolking vermoord. En hoe. Allereerst werden ze dagen, weken en soms maandenlang gemarteld om vervolgens vermoord te worden. Bij vrouwen en kinderen ging dat net even wat anders. Kinderen werden tegen een boom geslagen, net zolang totdat de hersenen eruit lagen. De dure kogels wilden ze sparen. De moeders werden gedwongen toe te kijken. Vrouwen werden naakt vermoord, maar werden vaak eerst nog verkracht. Om vervolgens zowel kind als vrouw in het massagraf te dumpen. Een deel van de massagraven hebben ze leeggehaald en alle botten en schedels hebben ze als eerbetoon achter glas staan. Het andere deel van de massagraven hebben ze gelaten zoals het is, zodat de slachtoffers kunnen rusten. Her en der zie je nog een bot, een tand of een stuk kleding liggen.

Aan het einde van de tour vertelt deze man mij dat er meer genocides hebben plaatsgevonden in de wereld. Neem bijvoorbeeld de Joden tijdens de 2e Wereldoorlog. “En toch gebeurt het weer. En weer. Ik hoop dat iedereen naar de Killing Fields komt en zich realiseert dat zoiets niet nog een keer mag gebeuren. Laat deze geschiedenis zich alstublieft niet herhalen”. Ik hoop het ook meneer. Verdomme, ik hoop met heel mijn hart dat zoiets nooit meer gebeurd. Maar waarom geloof ik daar niet in?

Deze dag hebben we met elkaar afgesloten met een biertje. Damn, wat een emotionele, rare dag. Om 9 uur lagen we in bed, maar ik kon de slaap niet vatten. Er spookte nog zoveel door mijn hoofd, en ik had nog zoveel vragen. Waarvan 1 er steeds terug komt: “Waarom?”

Dag 75- 84. Hanoi, Halong Bay & Hoi An (Vietnam).

17 juni t/m 21: Hanoi. 

Samen met Ralf en Casper – twee Nederlandse jongens die we op de boot hebben leren kennen – vlogen we naar Vietnam. Land nummer 7! We hebben op het vliegveld van Hanoi langer op onze visums moeten wachten dan dat we hadden gevlogen. Ook een taxi uitzoeken nam nogal wat tijd in beslag. Het hotel dat ons zou komen ophalen was nergens te bekennen en dus besloten we zelf maar iets te regelen. Nou, dat was nog wel een opgave. We zijn heel wat taxi’s in en uitgestapt – de bedragen die ze vroegen waren veel te hoog – en ik had zomaar het idee dat die locals het maar wat grappig vonden.

De kennismaking met Vietnam verliep dus niet heel soepel. Door het ‘toeristen plagen’ begonnen de Vietnamezen bij mij op -1 achterstand. Geen zorg, daar kwam al snel verandering in zodra we het hotel kwamen binnen lopen. Wat een lieve mensen. Ze kwamen daarnaast met het nieuws dat ze ons geüpgraded hadden. We kregen een kamer met twee kingsize bedden – waarom ook niet? – en een eigen dakterras. Dit werd drie nachten príma vertoeven.

Na een snelle douche en springend van het ene bed op het ander – waarom zullen ze het er anders neergezet hebben? – liepen we samen met Casper en Ralf naar de ‘bbq en bierstraat’. En dat lopen is nog wel een dingetje hier in Hanoi. Scooters zijn overal en de enige verkeersregel die ze hebben is zoveel mogelijk toeteren. Overal en naar iedereen. Alle inwoners zitten ‘s avonds op hun stoeltje buiten te eten en in de ‘bbq en bierstraat’ was het niet veel anders. We zaten nog niet op ons krukje of een vrouw met een microfoon en cameraman kwam naar ons toesnellen. Of we niet iets over het EK konden vertellen. Ze was sportjournalist voor de tv en was opzoek naar westerse mensen. We hebben haar een paar keer duidelijk gemaakt dat ons land helaas niet mee speelt, maar dat scheen haar niet veel uit te maken. Ik sprong mooi even áchter de camera – want ik en voetbal…. ach – en liet de mannen het woord doen.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende ochtend had Kas wat problemen met z’n maag en besloot ik alleen de stad in te gaan. De sfeer in Hanoi is zo relaxed, leuk en fijn en het stikt er van de leuke koffietentjes en restaurants. Je kunt hier uren en dagen rondlopen zonder je te vervelen. Het oversteken is weliswaar met gevaar voor eigen leven en zo gebeurde het dus ook dat er een moment kwam dat er wel 20 scooters om mij heen stonden. Het was een merkwaardig punt waar drie wegen veranderden in 1 – en oké ik liep een beetje te dromen. Ik stak over en ineens kwamen er overal scooters vandaan. Best even schrikken maar gelukkig konden de bestuurders er de lol wel van in zien, sterker nog: ze zaten smakelijk te lachen. Zo’n blondine met 3 meter been die denkt even over te steken.

21 juni t/m 23 juni: Halong Bay

This slideshow requires JavaScript.

Op vier uur rijden van Hanoi ligt het mooie en bekende Halong Bay. En dus reden we hier maandag naartoe. We hadden een drie daagse boottrip geboekt welke ons langs de mooiste plekjes van Halong Bay zou varen. Voordat we de bus in stapten kregen we te horen dat we waren geüpgraded naar een vier sterren boot – dat upgraden is wel een rode lijn binnen onze reis vind je niet? – maar verzochten ons vriendelijk hier niets over te vertellen tegen de medereizigers. Maar natuurlijk. Met een klein bootje werden we naar onze boot gebracht en werden we verwelkomd met een wel heel bijzondere lunch. We hadden een buffet in gedachten – met ons hoofd nog bij de 0-sterren cruise – maar ons stond geen 2, geen 3, geen 4 maar een víjf gangen lunch te wachten.

Ook met de kamers was niets mis. Een goed bed, een stortdouche en zelfs aan airco was gedacht. Vrijwel direct na de lunch zijn we gaan Kayakken en het is gewoon bijna onvoorstelbaar hoe mooi het is. ‘S avonds kregen we wederom een 5-gangen diner voorgeschoteld en we sloten de avond al biertjes drinkend af op het dek. En die biertjes dronken we niet zomaar. Nee, er moest namelijk hóógnodig geproost worden. En wel op het nieuwste, kleinste familielid. Op de boot kregen wij namelijk te horen dat het kindje van Roos en Michiel is geboren en dat maakt ons tante en oom. En trots. Heel trots. Want je wist het misschien niet: maar het is het knapste jongetje van de wereld.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende ochtend werden we vriendelijk verzocht om voor zevenen aan het ontbijt plaats te nemen want om 7.30 begon de excursie naar de grotten. Het werd een hike, dus werden wandelschoenen sterk aanbevolen. Ralf en Cas hadden helaas het ontbijt gemist en daarmee ook de boot naar de grotten. Gelukkig werden ze een paar minuten later alsnog hiernaartoe gebracht. Alhoewel..gelukkig? In de grot liepen tientallen, nee honderden toeristen. Die hike was een lullig trappetje naar boven en vrolijk vertelde onze gids over de vormen van de grot en wat het allemaal voorstelt (een oude mam, een kussende vrouw, een schildpad, etc). Gelukkig hebben ze daarna alles weer goed gemaakt. Een kleiner bootje bracht ons namelijk naar Cat Ba Island, een paradijsje tussen alle rotsen. Cat Ba bestaat uit een hagelwit strand, blauwe zee, een paar hutjes en 1 restaurant. Je begrijpt: de rest van de dag deden we hélemaal niets.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende ochtend was het gedaan met de pret en werden we weer afgezet aan de kust. Het was tijd om Cas en Ralf gedag te zeggen en ons klaar te maken voor een lange, lange reisdag. Deze begon met een 4 uur durende busrit terug naar Hanoi, 4 uur wachten op de trein en een 15 uur durende treinreis naar Hoi An. Aan slapen in de trein zijn we inmiddels redelijk gewend en de bedden waren redelijk comfortabel. Desalniettemin ben je na zo’n reis redelijk gesloopt. De laatste paar uur deelden we de coupé met 2 meiden uit Vietnam. Met handen en voeten konden we met elkaar communiceren en apetrots waren ze toen we foto’s maakten van de uitzichten. Zodra we bij ons eindpunt waren hielpen ze ons met de backpacks en zwaaiden ons nog even na.

23 juni t/m 26 juni: Hoi An

Iedereen die we hebben gesproken was dól enthousiast over Hoi An. ‘Een stadje om verliefd op te worden’, ‘zo romantisch’, ‘leukste plek van Vietnam’. Toch hadden we ons niets bij Hoi An voorgesteld, of ons ook maar ergens op verheugd. Dat is 1 ding dat we hebben geleerd tijdens onze reis: dan kan het alleen maar tegenvallen.

image

In Hoi An hadden we een Homestay geboekt. We werden opgehaald van het treinstation en bijna knuffelend ontvangen. Een drankje stond al voor ons klaar en trots liet ze ons de kamer zien. Na het warme ontvangst hebben we tóch nog even een siësta gehouden – slapen in de trein is oké, maar toch breekt het je op.

‘S avonds liepen we naar het ‘oude centrum’ en aten we bij Nu Eatery. Mocht je een keer in Hoi An zijn, dan moét je hier naartoe. Mensen stonden in de rij te wachten op een tafeltje, en na afloop begreep ik waarom. Nog nagenietend van het eten liepen we terug naar het hostel. Overal mensen, de mooiste winkels en in alle bomen gekleurde lampionnen. Eenmaal in onze kamer lagen er koekjes op bed en een briefje waarop ze ons ‘a goodnight’ wenste. Wat een schat.

Vrijdagochtend stapten we op de fiets – want fietsen doet iedereen hier in Hoi An – en gingen we naar het strand. Het idee dat we naar het strand konden fietsen in een half uurtje maakte mij zo blij als ‘n kind. De stranddag was voor ons allebei het ideale relaxmoment. Je zult het namelijk bijna niet geloven, maar reizen is best vermoeiend. Deze fijne dag sloten we af bij The Hill Station waar ze kaasplankjes en rode wijn hadden. Waren we zomaar even in Parijs.

Zaterdag liepen we een dagje door de stad en liepen we van het ene leuke koffietentje naar het ander. En ook aan smoothies met chiazaad en verse yoghurt geen gebrek – voor degene die mij kennen weten hoe gelukkig ik daar van word. De mensen die zeggen verliefd te zijn geworden op deze stad.. ik geef ze geen ongelijk. Deze stad heeft alles dat je nodig hebt, plus een beetje extra.

Ik had helemaal geen zin om weg te gaan uit Hoi An. Ik kon hier nog dagen, misschien wel weken blijven. En toch was het zondagochtend tijd om gedag te zeggen tegen deze fijne stad. Met een verrassingspakketje van onze Homestay – want we hadden zo’n lange reis voor de boeg – stonden we om 6 uur op het treinstation. Onze trein vertrok om 7 uur en naar verwachting zouden we om 22 uur aankomen in Mui Né. We hadden ons voorbereid op een barre tocht, want we hadden gekozen voor een 6-persoons coupé en wij hadden de bovenste bedden. Of nouja, gekozen… Het waren de laatste 2 bedden. En de trein was nu eenmaal het goedkoopst.

This slideshow requires JavaScript.

In onze coupé verbleef een familie met 5 kinderen. De bovenste bedden zaten nog nét niet tegen het plafond aan en we konden ons er net onder wurmen. De bedden waren plankjes en zitten kon dus niet. Op je zij liggen was al een heel avontuur, straks kwam je nog klem te zitten. En dan heb ik het nog niet over het wc avontuur. Kijk, dat de wc’s vies zijn, daar maken wij geen enkel punt meer van. Neus dicht en hangen maar. Nee, het avontuur bestond uit je bed uit klimmen, en er weer ín zien te komen. Terwijl je je in je bed probeert te proppen, na eerst 10x op benen en tenen te hebben gestaan van de onderburen, moet je ook nog de muizen zien te ontwijken. Ja heus. Zodra de trein om 22.30 arriveerde waren we beiden meer dan blij en opgelucht, bijna rennend kwamen we de trein uit.

Mijn opa zei altijd ‘echte reizigers zeuren niet’. En we hebben naar ‘m geluisterd. We hebben gelachen, en hard ook. We wilden tenslotte zelf goedkoop reizen. Dan zul je ‘m krijgen ook.

Dag 67-75. Pak Beng, Luang Prabang, Vang Vieng & Vientiane (Laos)

9 juni: Pak Beng

Na de Gibbon Experience wilden we naar Luang Prabang en besloten dit met een 2 daagse boottocht over de Mekong te doen. Met Franzie en Daniel – waarmee we de Gibbon Experience hebben gedaan – klikte het goed en dus besloten we een stukje samen te reizen. In de boot stonden busstoelen en in eerste instantie hadden we prima de ruimte. Toen bleek dat alle stoelen bezet waren en er nog een groep van 30 buiten stond te wachten gingen ze in de weer met nieuwe busstoelen. Er werd geschoven en met een beetje passen en meten hoefden er uiteindelijk maar 10 mensen te staan. Het was tenslotte maar een bootritje van 7 uur. Al met al viel het mee. Op de boot zaten alleen maar reizigers en met name de Spanjaarden, Schotten en Engelsen voerden de boventoon. Het verbaasde ons dus ook niet dat binnen een uur iedereen vrolijk stond te borrelen en te roken.

De boot stopte die avond in Pak Beng, vanuit hier ging de boot de volgende dag weer verder. Pak Beng bestaat uit 1 straatje en is volledig afgestemd op de boot. Want je denkt toch niet dat de boot er écht 2 dagen over doet? Dat kan heus in 1 dag. De overheid vond het echter een goed plan om de stop in Pak Beng te maken, zodat ook deze inwoners aan het toerisme kunnen verdienen. Zodra de boot aankomt staat iedereen klaar met kamersleutels, liggen de vers gebakken croissants op de toonbank en is de koffie warm. Wanneer de boot vertrekt, sluit iedereen de hotels en restaurantjes weer en is het een idyllisch straatje.

De volgende ochtend besloten we vroeg naar de boot te gaan om zeker te zijn van een plekje. Twee jongens uIt Chili maakten zich hier niet zo druk om. De boot vertrok om 9 uur en deze fijne gasten kwamen om 8.50 aanhuppelen met een behoorlijk katerhoofd. 1 van deze twee bedacht om 8.55 dat ‘ie tóch nog een ontbijtje nodig had en huppelde vrolijk nog even het ‘dorpje’ in. Dat vervolgens de hele boot op hem zat te wachten maakte hij goed met een gulle glimlach en een kleine buiging.

This slideshow requires JavaScript.

Die slimme Aziaten hadden gelukkig van 1 boot 2 boten gemaakt en zo konden we bijna liggend genieten van de boottocht. Dat genieten sloeg aan het einde even om in lichte paniek. De stroming op de Mekong is sterk en pardoes stopte het stuur van onze kapitein ermee. De bemanning wist niet hoe snel ze de zwemvesten aan moesten trekken – want dat zwemmen is nog wel een dingetje – en ook de locals op de boot raakten in paniek. Doordat de kapitein niet meer kon sturen, kon hij niet meer doen dan toekijken terwijl onze boot werd meegesleurd in een draaikolk en ons tegen de rotsen aan sloeg. Gelukkig was daar de tweede boot die nog prima in orde was en bracht onze boot naar de kust. De opluchting was van de gezichten af te lezen en een uur later was de boot gemaakt en konden we verder.

10 juni -13 juni Luang Prabang

De stad Luang Prabang had meteen een heel fijne sfeer. Overal hingen lichtjes en lampionnen in de bomen en op elke hoek van de straat kwamen we wel weer iemand tegen van de boot. Voor het eerst hadden we echt het gevoel niet meer ‘alleen’ te reizen.

This slideshow requires JavaScript.

De volgende ochtend besloten we met zijn vieren scooters te huren en naar de watervallen te rijden – uiteraard had iedereen van de boot hetzelfde idee dus het was wederom groot vermaak. De rit ernaartoe was zó mooi, ik verbaas mij nog steeds elke minuut over de mooie natuur van Laos. De watervallen waren het bezoek meer dan waard.

image

In Luang Prabang – en omgeving – leven veel monniken. ‘S ochtends bij zonsopgang gaan de monniken de straat op om eten te halen. Lokale inwoners zitten om half 6 aan de rand van de weg met eten om dit vervolgens aan de Monnikken te geven. Ook wij hadden een schaal met eten gekocht en zaten braaf om half zes te wachten. Met een lange broek en een shirt dat mijn schouders bedekt zat ik nog even de regels door te nemen die ik had gelezen: kijk ze niet in de ogen aan – want ze zitten in hun meditatie – zorg dat je altijd lager bent dan de monnik en zit dus op de grond, praat niet en gebruik geen flitser. Voordat we het wisten kwamen er tientallen monniken aanlopen met grote bakken waar we het eten in konden doen. Het voelt zo onnatuurlijk om iemand iets te geven en niet aan te kijken. En dus, nouja, deed ik dat een paar keer per ongeluk. Maar ik was de enige niet, zij keken mij óók aan en glimlachten zelfs naar me. Hé maar dat stond niet in de regels. Het was bijzonder om zoveel monniken bij elkaar te zien en getuige te zijn van dit ritueel, maar of ze nou ook echt in hun meditatie zaten? Ik vraagt het mij af. Toen we diezelfde dag zaten te lunchen las ik een stukje over dit fenomeen waarin ze vragen alsjeblieft geen eten voor de monniken te kopen. Dat is het werk van de locals en niet van de toeristen. Wij dachten respect te tonen door juíst iets voor ze mee te brengen. Tsja, soms is het lastig het goede te doen in een geheel nieuwe cultuur.

13 juni – 14 juni Vang Vieng

Maandag hebben we een privé busje gepakt naar Vang Vieng, best luxe zo met z’n viertjes reizen! De rit was 4 uur en met mijn zwakke blaas red ik dat uiteraard niet in 1 keer. Ik keek onze chauffeur Pan lief aan en vroeg of hij niet ergens kon stoppen. Jawel: hij stopte wel even bij een marktje. Ik verheugde mij op het toilet, maar óók op het marktje. Wie weet hadden ze wel fruit of iets anders lekkers. Niets bleek minder waar. Deze markt was om te húilen. En nee, niet omdat de groenten en fruit die ze verkochten er slecht uit zagen. Wás dat maar het geval. Op deze markt lagen honderden hoorns van neushoorns, aapjes aan kettingen, schildpadden met z’n 20en in een hokje, berenkoppen, beren ballen (ja sorry, ik heb het ook niet bedacht), berenpoten, geitenkoppen.. Echt waar, je kan het zo gek niet bedenken en het ligt er. Ik werd gek. Kas had zijn camera al in de aanslag maar daar staken deze mensen mooi even een stokje voor. Zo slim waren ze dan wel weer. Deze dingen zie je vaker in Azië. Echt, als je nog niet vegetarisch bent dan word je het hier wel. Geloof mij maar.

This slideshow requires JavaScript.

Enfin. We zijn uiteindelijk veilig en wel aangekomen in Vang Vieng. Bij aankomst was het allereerst lastig een hostel te vinden dat níet volledig in het teken staat van het partyen. Deze missie is niet helemaal geslaagd en onze nachtrust was niet al te best, maar we zijn inmiddels wel wat gewend.

Vang Vieng staat bekend om het tuben (met banden de rivier over en alle kroegjes af) en om de hoeveelheid doden die hierbij vallen. Sommige mensen zijn zo dronken dat ze zelfs verdrinken in een rivier van een halve meter. De eerste avond besloten Kas en ik eens een kijkje te nemen in de Sakura Bar en ineens wisten we waar alle toeristen na het tuben heen gaan. Ik heb nog nooit zoveel gekken bij elkaar gezien. Zo weinig mogelijk kleding – terwijl er toch echt overal borden op straat staan waar ze vriendelijk verzoeken rekening te houden met de cultuur van Laos – en hoe lammer hoe beter. Het was fascinerend. We hebben wel 6 mensen naar buiten gedragen zien worden omdat ze niet meer konden lopen. Totaal van de wereld en sommige mensen al kotsend op de stoep aan hun lot overgelaten.

In Vang Vieng is eigenlijk niet veel meer te doen dan drinken en tuben maar na een beetje zoek en vraagwerk kwamen we uit bij een Kayak tour. De volgende ochtend scheen wederom het zonnetje – van het regenseizoen in Laos hebben we níets gemerkt – en peddelden vrolijk door de mooie rivier. Wederom waren we verbaasd over de natuur, het is zó onvoorstelbaar mooi. Ja sorry, het is echt mooier dan alle landen bij elkaar die we tot nu toe gezien hebben.

15 juni – 17 juni Vientiane
En van Vang Vieng reden we door naar Vientiane, de hoofdstad van Laos. We vonden hier een schattig hostel dat gerund wordt door een familie. De bedden waren hard, het ontbijt niet te eten, maar die mensen.. Alles wordt voor je geregeld, zelfs het printen van 10 documenten gebeurd gratis en met alle plezier. Ja. Laos is niet alleen het mooist, maar de inwoners zijn ook het allerliefst.

This slideshow requires JavaScript.

In Vientiane bezochten wij Cope. Geen idee wat ik mij daarbij moest voorstellen, want ik had mij niet in gelezen. De ochtend begon met een video waarin werd uitgelegd wat Cope doet en waarom. Tijdens de Vietnamoorlog lag een heel belangrijke route voor de Vietnamezen in Laos: de Ho Chi Minh route. Omdat ze via deze weg belangrijke spullen vervoerden, bombardeerden de Amerikanen deze route. Maar ook wanneer ze met vliegtuigen over Vietnam vlogen om bommen te gooien, kwam het regelmatig voor dat ze nog bommen over hadden. Landen met deze bommen was voor hun geen optie, te gevaarlijk. En dus lieten ze het los boven Laos. Zo geschiedde het dat Laos het meest gebombardeerde land ter wereld is ondanks dat niemand ooit de oorlog aan ze verklaard heeft.

Veel bommen liggen vandaag de dag nog onder de grond en vormen een grote bedreiging voor de omwonenden. Laos telt 46 gebieden, 41 hiervan hebben te maken met deze bedreiging. De boeren hebben 2 opties: het land op met gevaar voor eigen leven, of dood gaan van de honger. We zagen vaders en moeders die een vuurtje aan het maken waren, en geen idee hadden dat hieronder een bom lag. Die nu blind zijn of armen zijn verloren, geen toekomst meer hebben en hun kinderen nooit meer kunnen zien of vasthouden. Kinderen die aan het spelen waren in de tuin en nu geen beentjes meer hebben. Of er gewoonweg niet meer zijn. Cope helpt de mensen die gewond zijn geraakt en helpt ook de bommen te zoeken en onschadelijk te maken. Helaas is dit een project van járen en is deze nachtmerrie nog lang niet voorbij.

Ik was redelijk ontdaan van deze verhalen. Al 1,5 week waren we aan het spelen en feest aan het vieren in Laos en we hadden geen idee dat zoiets groots en verdrietigs zich hier afspeelt. Een land zo mooi als Laos heb ik nog niet eerder gezien. Maar het is ook een land met de meest bijzondere inwoners: zoveel angst, zoveel verdriet en dan toch zo blij, lief en gastvrij. Daar kunnen wij verwende Nederlanders nog heel wat van leren.

image

Twee weken geleden waren het nog vreemden, inmiddels zijn het echte vrienden geworden. De lieve Daniel en Franzie. Ontbijten, lunchen, avondeten, excursies.. álles hebben we de afgelopen weken samen gedaan. En toen kwam het punt van gedag zeggen. Zij naar de Filipijnen, wij naar Vietnam. Op naar Hanoi!

Dag 57 – 66. Chiang Rai, Chiang Khong (Thailand) & Huay Xai (Laos)

31 mei t/m 2 juni: Chiang Rai.

Na Chiang Mai kun je best stellen dat we een beetje verwend waren. Deze stad stikte namelijk van de leuke koffietentjes, het lekkere eten en de schone en betaalbare hostels. Dat Chiang Rai daarom een beetje tegenviel was dus echt de schuld van Chiang Mai. Bij aankomst moesten we allereerst hoognodig wassen. In Nederland houdt dit in dat je meeste kleding vies is. Maar hier betekent het dat je écht niets meer hebt om aan te trekken. Dat viezige shirt waar je al vier dagen in loopt wás al vies en tsja, soms wordt ondergoed stiekem voor 1 dag binnenstebuiten gekeerd – gadver zeg, is dit nog steeds dezelfde ik? Anyway. Deze opdracht bleek nog aardig lastig want van wasserettes hadden ze hier niet gehoord. Gelukkig vonden we 1,5 km verder onze redding. We moesten hiervoor wel diep in de buidel tasten want het kostte potdikkie 4 euro voor alle was. Tsja, ik zei het toch. We zijn verpest.

De eerste avond hebben we ons prima vermaakt bij een travestieten bar samen met twee Ierse jongens. Deze avond is wel weer gebleken dat ik te snel een oordeel heb over mensen. Zo dacht ik dat één van deze Ieren een beetje een suffe gast was. Oké, ik dacht dat het een ontzettende nerd was. Maar na 5 minuten had hij dat hele idee weggeblazen. Het bleek de meest enthousiaste, gekke en sociale jongen te zijn die we tot nu toe ontmoet hebben.

Echt veel te doen is er niet in Chiang Rai, maar de witte tempel is wel iets dat je gezien moet hebben. Vol enthousiasme hebben Kas en ik een mountainbike tour geboekt en dat pakte nét iets anders uit dan ik in mijn hoofd had. Het regende zoals ze dat alleen in Azië kennen. Ons is wijsgemaakt dat er ‘af en toe een buitje valt’ tijdens het regenseizoen maar dat is dus een ontzettende grap. Het kan hier dagen regenen alsof de wereld vergaat. Maar de tour was geboekt, onze gids had er zin in en de poncho’s lagen klaar. We konden er niet meer onder uit. Er ging gefietst worden. De landschappen waren heel mooi en indrukwekkend en het was echt fijn om weer te fietsen. Maar die régen. Ik heb best wat af gemopperd op de fiets en was blij toen de witte tempel in zicht was. Je raadt ook wel wat er gebeurde toen we er eindelijk waren hé? De gietende regen trok inderdaad weg en de zon begon te schijnen. Lachen man, dat Thailand.

3 juni t/m 4 juni: Chiang Khong
Vanaf Chiang Rai hebben we voor 65 Bath (40 Bath is een euro dus reken maar uit) de bus gepakt naar Chiang Khong, een plaatsje net voor de grens van Laos. Deze 3 uur durende busrit was de leukste ooit. De deur wordt opengelaten, de ramen staan open en je hobbelt door de mooiste landschappen.

Chiang Khong bestaat zo ongeveer uit 1 straat en er is niets te doen. De avond hebben we al gin tonic drinkend doorgebracht samen met een Nederlandse man en sliepen we in een heel hip en leuk hostel. Dat hadden ze dan weer wél in Chiang Khong.

5 juni t/m 9 juni:  Huay Xai – Laos
Vanaf Chiang Khong hebben we de Tuktuk gepakt naar de grens en na een check van 2 bijzonder jolige douaniers stonden we zomaar in Laos. Huay Xai ligt op 10 minuutjes van de grens en wordt om twee redenen bezocht: de Gibbon Experience en de boottocht naar Luang Prabang over de Mekong. Want ook hier is verder niks te beleven. We hadden niets geboekt en gingen op de bonnefooi opzoek naar een gezellig hostel. Want; die hadden ze overal wel – dachten we. Uiteindelijk zijn we uitgekomen bij het Friendship hotel – dit klinkt mooier dan het is, geloof me. De eigenaar sliep op de bank voor de deur en de kamers waren donker, viezig en de bedden… Nouja. We waren blij toen het maandagochtend was zullen we maar zeggen.

Maandag begonnen we met de Gibbon Experience. Op aanraden hebben we deze driedaagse tour in de jungle geboekt maar ik was er nog niet heel zeker van. Geen idee wat ons te wachten stond en ik was bést een tikkie nerveus kan ik je vertellen. Na een drie uur durende autorit stopten we in een klein dorpje en begon onze eerste 2 uur durende hike. Daar kregen we onze zipline uitrusting en werden we verdeeld in 2 groepen. Één groep bestond uit schreeuwende Amerikanen en Canadezen en onze groep bestond uit een Zwitsers stel: Franzie en Daniël en een stel uit Nieuw-Zeeland: Vicky en Thomas. Onze boomhut bereikte je door erheen te ziplinen – met bibberende knietjes de eerste keer maar vol enthousiasme alle andere honderd keren – en was het allercoolste dat ik ooit heb gezien. Het bestond uit 3 verdiepingen en aan alles was gedacht. Matrassen, klamboes, dekens, drink water én een buiten douche.

image

De rest van de middag zijn we samen met Daniël en Franzie gaan ziplinen. De uitzichten waren zo bijzonder mooi en het was heel gek om zo boven de mooie jungle te vliegen. Vicky en Thomas bleven liever in de boomhut. Bij nader inzien hield Vicky niet zo van insecten en had ze toch best wel heel erg hoogtevrees. Ons avondeten werd – uiteraard- met de zipline gebracht en de nacht in de boomhut was heel bijzonder. Ik dacht continu dat er ‘heus echt wel een luipaard in de boomhut liep’ en hield Kas wakker terwijl ik weer een ander merkwaardig jungle geluid hoorde.

This slideshow requires JavaScript.

We waren een beetje teleurgesteld toen het weer met bákken uit de lucht kwam toen we wakker werden, maar gelukkig ging dit al snel over in zachte regen. Vicky en Thomas besloten wederom in de boomhut te blijven – want tsja, die regen – en samen met onze Zwitserse vrienden en de gidsen gingen we de hele dag op pad. Onderweg kwamen we de andere groep weer tegen en dat pakte iets minder gezellig uit voor Franzie. Ergens in de jungle is een stuk waar 2 ziplines uitkomen. Wanneer je hier naartoe ziplined, sta je op een platform tegen de boom aan – en je staat hoog, heel hoog. Uiteraard ben je áltijd gezekerd, maar toch. Franzie stond te wachten op het platform en één van de Amerikaanse chicks komt vrolijk aan zippen en beukt Franzie opzij – gelukkig was daar de boom en hield ze er niet meer dan een bult en de schrik aan over. Tsja, de Amerikaanse had een waterfles in haar hand en kon dus niet remmen, sorry man.

Nadat we uitgespeeld waren in de jungle zijn we terug gegaan naar de boomhut. Terwijl ik mijzelf vast maakte aan de kabelbaan hoorde ik Vicky hard – maar als Vicky geluid uit brengt is het écht hard – en lang gillen. Een beetje zorgelijk zipte ik de hut binnen en vond ik Vicky met een bloedzuiger op haar hand. Springend en krijsend door de hut. Dat wij er al een stuk of 10 hadden gehad die dag leek haar niet gerust te stellen en ze heeft vervolgens de boomhut wel 4 keer gepoetst.

De laatste ochtend werden we wakker gemaakt door het geluid van de Gibbons. Als een stel kleine kinderen hebben we op krukjes naar buiten zitten kijken, wachtend op de Gibbons. En daar waren ze. Zó bijzonder. Deze dieren worden met uitsterven bedreigd en wij hebben zeker 2 uur lang van tientallen Gibbons kunnen genieten. Jup. Onze Gibbon Experience was geslaagd.

Tranen met tuiten toen we de boomhut moesten verlaten en terug moesten, kwamen we onderweg wederom de andere groep tegen. Één van de meiden lag inmiddels op een brancard want ze was vergeten haar rem te gebruiken en had hierbij haar enkel gebroken. En da’s zuur. Ze moest nog 2 ziplines en zéker 6 kilometer terug. Op een brancard is ze de berg afgedragen maar toen we op de helft waren moesten de gidsen toch echt nog even ontbijten. Haar reispartner maakte daar niet zo’n punt van maar ik weet wel wat ik gedaan had. Die gekken eens even bij hun nekvel gepakt en gezorgd dat ze Kas welnú naar beneden droegen. En snel een beetje.

De Gibbon Experience heeft alle verwachtingen overtroffen en het is voor het eerst sinds onze trip dat ik drie dagen nérgens over nadacht. En stiekem.. Stiekem vond ik dit het allerleukste van onze reis tot nu toe. Oh dus echt, als je naar Laos gaat moét je dit doen. En dan spring ik stiekem in je backpack.

Dag 43 – 57. Phuket & Chiang Mai – Thailand.

16 mei – 25 mei: Phuket

En van het Engels gaan we toch weer over op het Nederlands. Lang zitten dubben, maar in het Nederlands kan ik toch iets beter en soepeler uit de voeten dan in het Engels.

Terugkijkend op ons verblijf in Phuket beseffen wij ons dat dit het langste verblijf in een stad tot nu toe is – een record – 10 dagen. Te lang, als je het ons vraagt. Gelukkig hadden we de duurste stad van Thailand uit gekozen om hier eens lekker 10 dagen te vertoeven ;). Na het bezoekje aan het Bangkok ziekenhuis voor Kas zijn been waren we allebei blij dat we naar Phuket waren gereisd. Kas is toch een tikkie leuker met 2 benen en nu kreeg hij eindelijk de juiste medische zorg.

Ook het hotel was een bijzonder aangename verrassing. We hadden een ‘standaard’ kamer geboekt in het Chanalai Flora Resort maar werden verrast door manager Joy met een upgrade. En wat voor één! Een eigen balkon, een kingsize bed, een stortdouche en een bad.. Wát een luxe voor deze twee arme backpackers!

Naast om de dag een bezoekje aan het ziekenhuis, was Kas niet heel mobiel te noemen. Daarom was ik vooral bij het zwembad te vinden. Je kent het wel: beetje boekjes lezen, zwemmen..

This slideshow requires JavaScript.

Zondag voelde Kas zich goed genoeg voor een dagje cultureel Phuket en dus boekten we een tour via ons hotel. We hadden specifiek gevraagd voor een tour waarbij je niet teveel hoeft te lopen en het was dus ook niet echt een verrassing dat we in een busje vol bejaarden werden gezet. We bezochten de Big Buddha, de Chinese tempel, de Cashwenutfactory, de Honeyfactory en reden naar een prachtig view point. Onderweg maakten we ook nog een stop bij een baby olifantje. Toeristen konden de baby eten geven en als dank deed ze een paar kunstjes. Dat het arme beestje aan de ketting zat en slechts 1 meter bewegingsruimte had scheen de touristen niets te interesseren.

Maandag kregen we het goede nieuws te horen dat de dokter de wonden ging hechten. Zo blij we op het moment zelf waren – want dat betekende dat we weer verder konden met onze reis – zo veel pijn had Kas in de avond. Gelukkig konden we elkaar dinsdag de hele dag vervelen in bed, want ik had een voedselvergiftiging opgelopen maandagavond. Ik wist van gekkigheid niet meer wat voor en achter was en als twee zielige poppetjes realiseerden we ons dat dit wel het ideale hotel is om ziek te zijn – beter dan op een dorm met 12 mensen;).

Woensdag waren we gelukkig allebei weer redelijk op de been en vlogen we in de middag naar Chiang Mai.

25 mei tm 31 mei: Chiang Mai. 

In Chiang Mai waren Kyle (Canada) en Susan (New York) twee van onze kamergenoten. De enthousiaste New Yorkse foodie nam ons gelijk mee op sleeptouw en zo kwam het dat we op onze eerste avond al 4 ‘High Recommended Places’ hadden uitgeprobeerd. Ze zeggen wel eens dat NYC de stad is die nooit slaapt, maar ik krijg zo de indruk dat hetzelfde geldt voor haar inwoners. Wanneer onze laatste hap nog in onze mond zit, stond Susan alweer jubelend op om naar de volgende plek te huppelen. Ze ratelde vrolijk door – vooral over zichzelf – en vertelde van alles over de stad. Niet dat ze er al vaak is geweest overigens, dit is haar eerste keer en ze is diezelfde middag aangekomen. Dat ze vooral over zichzelf praat, verbaast ons allang niet meer. Reizigers – en dan met name uit de USA en Canada – praten dolgraag over zichzelf en hun ervaringen, maar weten na 2 dagen nog helemaal niets over ons.

This slideshow requires JavaScript.

We bezochten hier 2 verschillende tempels. Doi Suthep en Wat Umong. De eerste is een bekende, grote tempel boven op de berg en is indrukwekkend mooi en erg toeristisch. De tweede is iets minder bekend en we waren dan ook de enige aanwezigen. Deze tempel is anders dan alle anderen die wij hebben gezien, deze is namelijk ondergronds en wordt niet meer onderhouden. De tuin staat vol vervallen buddha beelden. Lopend door de tunnels, langs de buddha beelden en door het bos, heeft deze tempel een bijzondere, sprookjesachtige sfeer.

In Nederland ben ik dol op de food festivals en zo blij als een kind was ik toen we een look-a-like Rollende keukens tegen kwamen. Tientallen foodtrucks, lampjes in de bomen, live muziek en ze hadden sushi. Súshi. Kun je je voorstellen hoe blij ik was?

This slideshow requires JavaScript.

Vrijdag mochten we na 1,5 maand éindelijk weer in de keuken staan. Met iets andere ingrediënten dan ik normaal gewend ben, gingen we aan de slag met een aantal Thaise recepten! Op een organic farm, tussen alle verse groenten en fruit, kregen we les van de hilarische Wass. Thaise mensen spreken de ‘r’ uit als een ‘l’, dat zijn we inmiddels wel gewend, maar dat maakte de opmerkingen van Wass extra grappig.

This slideshow requires JavaScript.

Als echte koffielovers moésten we een koffie drinken bij Ristr8tto en dus begonnen wij ons weekend hier. Degene die hier de koffietjes bereidt is de latte art kampioen van de wereld en maakt de mooiste en lekkerste koffietjes. De koffiekaart is dan ook indrukwekkend te noemen. De buurt waar Ristr8tto zich bevindt is rondom Nimmanhaemin Road, is een uur lopen van het oude centrum – waar wij verblijven – en is een verrassend hippe wijk vol met leuke restaurantjes. Dat deze wijk amper genoemd wordt in de naslagwerken verbaast ons, het is heerlijk om hier een dagje rond te lopen en te genieten van de mooie huizen en hippe barretjes. We sloten de dag af met een wedstrijdje Thai boksen. Kas wilde hier dolgraag naartoe en ik was nog niet helemaal overtuigd. Ik zag horrorbeelden voor me van in het rondvliegende tanden en bloederige gezichten, gelukkig viel dat wel mee ;-).

This slideshow requires JavaScript.

Iets waar ik al een tijdje naar uitkeek was het bezoek aan de olifanten. In Phuket hadden we al kennis gemaakt met iets waar ik bang voor was: olifantentoerisme. Toeristen die op olifanten rijden, olifanten aan de ketting, baby olifantjes die kunstjes doen voor fruit en slechts een meter bewegingsruimte hebben. Dat dit heel onnatuurlijk is en dat de olifanten er slecht en ongelukkig uit zien schijnen veel toeristen niet te zien en dus is het een fenomeen dat blijft bestaan. Wij bezochten Elephant National Park waar mishandelde olifanten worden opgevangen, de juiste medische zorg krijgen en vrij kunnen rondlopen. De dag begon met een vrij heftige introductie. Een documentaire liet ons zien waar de opgevangen olifanten vandaan komen en hoe ze behandeld zijn. We zagen olifanten vastgeketend aan bomen, zelfs de slurf was vastgemaakt. Olifanten die werden doodgeschoten om het baby’tje mee te kunnen nemen. Ruggen zó verbrijzeld omdat toeristen daar zo nodig op moeten zitten – ja, op wat voor manier je ook op de olifant zit, het doet pijn! Wanneer olifanten niet doen wat ze opgedragen wordt, volgt er een haak op het hoofd of oor. Olifanten hebben net zo’n gevoelige huid als de mens – misschien nog wel gevoeliger – kun je nagaan wat een pijn en verdriet deze dieren hebben. We hebben alle vormen olifanten gezien; met halve pootjes door de landmijnen, zonder ogen, zonder oren en volledig onder de littekens. Wij mochten helpen met het wassen, mochten ze voeren en we hebben úren lang naar ze zitten kijken. En nu nooit meer zoiets geks doen hé, anders ga ik ruzie met je maken.

Vlak voor ons vertrek naar Chiang Rai werden de hechtingen van Kas eruit gehaald, weer een stapje in de goede richting! ‘S avonds hebben we dit gevierd met een biertje – want na 18 dagen antibiotica mocht ‘ie eindelijk weer – tijdens de Ladyboy Cabaret Show. We hadden onze trip naar Chiang Mai niet beter kunnen afsluiten. Wat een avond. Gelukkig voor de vrouwen hadden deze ladyboy’s het vooral gemund op de mannen en deze werden vol enthousiasme in de ballen geknepen, op de mond gezoend en het podium opgetrokken.

Chiang Mai, wat ben je leuk. En verdorie, ik ga je echt een beetje missen.

Day 30 – 43. Koh Lipe, Krabi & Koh Phi Phi – Thailand.

3 May – 11 May: Koh Lipe.

The beauty of the island Koh Lipe is something you can’t picture or discribe. The first 6 nights we slept in a beautiful bamboo hut on the beach. The first thing you see when you wake up is the beach and the sea.

We spent a whole day snorkling with Madelon & Shirley – we’ve met those Dutch girls in the bus to Cameron Highlands and they were our neighbours on the beach;). It was beautifull. So much coral and so many fishes. Something we didn’t expect was the presence of só many Asian people at the same snorkling place. The only problem was the swimming part: they couldn’t. You saw dozens of Asian people with lifejackets holding their guide. It was hilarious.

Kas and I were  happy that we took our surfshirts. The sun is so dangerous. After snorkling for not even an hour (and we did use suncream 50+) our back was totally burned.

This slideshow requires JavaScript.

Friday was an exciting day. Kas wanted to do the Padi course and he was prepared to do this alone. I tried diving many times, but I always had equalize problems. I gave it a last shot. Frans – our Dutch instructor – gave me tips and tricks and before I knew.. I was 5 meters underwater without a problem. So we decided to do the Padi course together. We did 2 open water dives four days in a row and everyday some theory. Sunday we had the exam of all the theory – of course we passed;-) – and Monday it was time for the real exam: 2 openwater dives. It went smooth and at the end of the day we were the happy owners of our Padi!

This slideshow requires JavaScript.

It were 4 full days of diving, but in the evening we had dinner at the beach, drank cocktails and met a girl who stole my heart. We were drinking beers at the Sawasdee Bar in Walking street. We were talking with the owner when a small, pretty blond haired girl with brown eyes walked in. The 7-year old daughter of the owner. Her name is Noy, born in Canada but moved to Koh Lipe with her mom when she was a baby. She plays violin, guitar and drums. She speaks fluently Thai, English and French. She speaks a bit Dutch, Spanish and Denish but she’s now learning herself Chinese. Just because it’s fun and she loves to talk with everybody. She’s not scared of anything – ‘if I’m afraid of spiders and cockroaches there’s no way I can even take a shower. No, I really love all the animals.’ – and of all the animals she loves horses the most. She has never seen a horse but when she’s older she will move to a farm with hundreds of horses. We came back to this bar many times, just to see Noy. This kid is amazingly sweet, listens very well and she’s super wise. She reminded me of Mowgli (Junglebook).
11 May – 12 May: Krabi

image
It was time to say goodbye to Koh Lipe, the most beautiful island we’ve ever seen. We took the speedboat to Pakbara and the minivan to Krabi. Due to the lowseason there are no boats from Lipe to another island, so the traveltime is a bit longer than usual. In Krabi we slept in Pak-Up Hostel in a dorm with 4 other Dutchies – men, Dutch people are real travellers ;-). We had dinner at a nightmarket and had fresh fish from the barbecue – we had a whole (!) tuna for 7 euro’s.

12 May -16 May: Koh Phi Phi.
Other travellers and websites warned us for the party vibe on this island. For this reason we decided to book a room uphill and not on the beach. The room was 10 minutes from the beach and had a good price of 5 euros per night. A good deal, despite the constant drunk owner.

The first night we realized how crazy loud the music was. We heard everything in our room: goodbye sleep. They warned us for a party island, but it’s even worse. This is Chersonissos 2.0. There are só many tourists and half of them is drunk 24/7. People ordering Mojito’s and buckets at 11 in the morning is quite normal. For woman the dresscode was clearly ‘less is more’ – girls were partying in something that was even léss then a bikini. Kas was totally fine with this dresscode though;).

This slideshow requires JavaScript.

Besides this, Koh Phi Phi is a beautiful Island. The beaches are white, the sea is light blue and the local people are super friendly. On the Island you’ve many restaurants on the beach and every night Koh Phi Phi gave us magical sunsets. The sunset amazed us everytime again and we enjoyed it many times with some drinks in the sand. Unfortunately we could’t do the dive on Phi Phi that we hoped for due to an infection on Kas his knee.

16th of May: Phuket.

This slideshow requires JavaScript.


We arrived in Phuket and took a minivan straight to the Bangkok Hospital because Kasper still had the infection after the treatments on Phi Phi. Before we knew the doctor brought Kas to the OR and cutted the wounds open. “Come here, take a look” the doctor said to me. I didn’t know if this was a good plan but I was too curious. Ugh, I won’t describe it and will spare you the details, but it was the most nasty thing I’ve ever (if you are curious you can look at the picture above, but I warned you;)). The doctor smiled and laughed about my face. I think I was a bit pale.. The doctor told Kas to take some rest and come back every day to clean the wounds.

Luckily we stay in a beautiful room in a great resort. We booked a normal room but because of the lowseason – and also because they feel sorry for Kas – they upgraded us to the most beautiful room. We are sleeping like a prins and princess and it’s a good place for Kas to get better. We will stay here for at least a week, we will not leave untill Kas is recovered.

For now we make the best of it. We spent some time at the pool, watch Netflix and I buy as much icecreams as he wants. Hopefully it helps so we can continue our trip soon.

Day 24-30. Cameron Highlands & Georgetown – Malaysia

27th of April – 30th of April: Cameron Highlands

The drive to Cameron Highlands was faster and smoother then we expected. With 2 Dutch girls we traveled to the beautiful village that’s famous because of the tea estates. We didn’t see many Dutch people yet but this changed as soon as we arrived in Cameron Highlands. They were everywhere.

image

We stayed at Fahter’s Guesthouse which is a clean and peaceful place to stay. And good news for me; the restaurant next door served fruits with yogurt in the morning.

We arrived at the end of the day so after a refreshing shower we looked for a restaurant called ‘Gossip Corner’. I red in the hostel something about this place and they sell the biggest burgers (as big as your plate). We had lots of Indian food so we would love a Western meal. Unfortunately we couldn’t find it and the people told us this place doesn’t exist anymore. Poor Kas, he was so much looking forward to this burger.. At Juice Delight – where they have the best fruitbowls and fresh juices – we saw a hamburger on the menu. After a while the owner served us the hamburgers with a big smile. The burger was HUGE. I looked at the owner and saw something on his shirt that surprised me, and made me smile; ‘Gossip Corner’. We found it. The burger was good but we didn’t like the bones in the chickenburger – yes, that’s how the Asian make the Western food.

The next day we had a relaxingday. We had a coffee at intercontinal coffee, did some reading and decide to do a 2,5 hour hike. It was a perfect hike with lots of naughty monkeys who joined us.The dinner we had this evening was ‘t very succesful either. We ate some Indianfood but as soon as I found a cochlea in my noodles I wasn’t hungry anymore.

This slideshow requires JavaScript.

Friday we booked a full day tour. A crazy Malasian guide picked us up and together with a family from Singapore we drove 1,5 hours. We did a 2 hour hike through the woods but: with a mission. We were looking for the Rafflesia flower. The largest individual flower on earth. The flower lives only 7 days and because of this it’s very difficult to find. But we found it! This flower grows to a diameter of around one meter but the greatest measurement is 105 centimeters and weights up to 11kg. We had lunch at (again) an Indian restaurant – not something Kas and I suggested but our guide brought us here. Lunch was a buffet and especially the thousand flies liked it – bleh. We also visited the largest black tea manufacturer of Malaysia, BOH. We ended the day at the Strawberry farm where we picked our own strawberry’s – our ‘safe’ dinner for that night.

30th of April – 3 May: Georgetown-Penang.

Saturday morning it was time to change the greenlandscape for a city in Penang; Georgetown. It was a 5 hour drive and 20 minutes by ferry to get there. We traveled together with a Dutch historyteacher who is on his way now for half a year. Kas and I are fascinated by some backpackers who travel by theirselves. Sometimes it might be helpful to have an instruction book ‘how to communicate with a backpacker who travels alone’.

This slideshow requires JavaScript.

Penang was the first British settlement in Southeast Asia and is currently a UNESCO World Heritage Site. The enclave consists of colonial architecture built during the heyday of British rule over the Straits Settlements, mixed with Chinese shophouses, five foot ways and places of worship of various religions. George Town is awarded the UNESCO listing for its unique architectural and cultural townscape without parallel anywhere in East and Southeast Asia. Walking from the ferry to 80’s Guesthouse (our hostel) was already inspiring.

We started with a lovely coffee and some real (home made) yogurt at Mugshot. We had dinner at the Red Foodcourt, a place where lots of restaurant sell different types of food. They have everything. From sushi to wraps to real local food.

At 80’s guesthouse we booked 2 nights in a mixed dorm. Not only to safe some money, also to meet people easily. Sleeping in a dorm is not really good for your sleep though. Everybody walked in and out and the most spectacular thing that night were our 2 drunk roomies. The UK girls couldn’t barely walk, so getting up the bunk was a big fight.

This slideshow requires JavaScript.

Sunday we spend the whole day in the city watching all the streetart. There’s so much to see in this city, you don’t even know where to look. The street art is 3D, not because of the painting itself, but because the artists used the ‘real world’ in their painting. For example the chair, the windows, the street..

We asked a local where we could have the best and cheapest beers – Georgetown is expensive and the beers have the same price as back home. He told us to go to Antarabangsa. A place where you can buy a beer for 4RM (1 euro) and they have plastic tabels and chairs outside on the street. This is the place where all the locals come together. Sunday we decided to go there and before we knew, we were surrounded by a group of people from all over the world. An older man from New Zealand, 2 guys from India, 2 locals, one man from France and 2 guys from Holland. That one beer became two and before we knew a couple of hours passed and it was 8.30. The Dutch guys really wanted to see the important Dutch football game of Ajax but beiing in Georgetown makes it pretty hard. But they did it. Half an hour later we were in a bar drinking beers, eating pizza and watching Ajax. Can you imagine how happy Kas was? It became a long, long night with lots of fun and a ‘few’ more beers..

I really hoped for some good sleep that night. I had some alcohol in my body so I thought that would help a bit. But we had 4 new roomies – oh yeah, I was the lucky girl sleeping with 5 guys in 1 room – and one of them was snorring súper loud. Think about someone snorring súper loud and multiply this with 10. That’s how loud it was. On top of that the guy next to me had a bad dinner and had a very bad stomach.. It was a horrible night.

Monday morning we woke up with a small hangover and both super tired due to our roomies. We spend our day drinking coffee, we saw some more streetart ánd Kas was looking for a house in GT. Unforunately the housew were more expensive than we thought (ánd hoped ;-)). After the best dinner ever at Mews Café we went to bed early because something exciting was waiting for us the next day….. We were going to Koh Lipe! A bit sad leaving this great city – if you ever have the change to go to GT please do! – but SO excited to go to the beach. We are both still in a ‘hurry’ and the flow from back home is still there. So we really hope to get the ‘chill modus’ somewhere on the beach.

We decided to stay till Tuesday on this beautiful Island and writing this from our hammock With a view on the beach I can tell you it’s the best decision so far. The only thing that will be a bit boring is the next blog…. So prepare yourselves ;-).

Day 17-24. Kuala Lumpur & Taman Negara – Malaysia

20th of April – 24th of April: Kuala Lumpur

This slideshow requires JavaScript.

Hello KL! The drive from the airport to the hostel was beautiful – it’s all green :-). Arriving in Backhome hostel felt a bit like coming home. The staff was amazingly friendly, the room clean and the showers the bést. On top of that they’ve a small garden and a kitchen. A good thing about the hostel is also the café next door; Lokl. At Lokl you have the best food, coffee and homemade ice tea’s. Kas ate here the best burger he ever had.

One thing I didn’t realize about Malaysia is that it’s really Islamitic. We traveled a lot in KL with the underground and in some trains you’ve seperate cabins for woman. And in shops for woman, man are not allowed near the fittingrooms.

We spend a lot of our time in KL in 2 buildings you actually want to avoid; the hospital and the Thai Ambassy. We visited the hospital three times because of my tickbite. The docter warned us for a red circle around the bite and one morning this red circle appeared. With some help of my Dutch doctor and the doctor at the hospital I finally had some good and heavy antibiotics for the coming 10 days.

image

We also went 3 times to the Thai Ambassy to arrange a Thai Visa for 2 months. Everybody at the ambassy was well prepared. Except Kas and me. We only took our passports. We forgot our passport photo’s, didn’t have a proof of our stay in Thailand and we didn’t have a busticket either (because we didn’t book anything). But we managed it. After 3 days we are the happy owners of a 2 months Thai visa.

This slideshow requires JavaScript.

In KL we visited the Batu Caves, a hindoe temple in a huge cave. The golden statue is impressive and so is the cave itself. The monkeys here were also an attraction. They eat all your food and are really, really naughty.

If you say KL, you say the Petronas Towers. You can take a look inside and go up to enjoy the view from above. Entrence was 20 euros each and we decided it wasn’t worth it. We have a budget and we can only spend the money once. So we walked into a small park with a small pool. With our feet in the water and the Petronas towers in front of us we knew we did the right thing. Sometimes the best things don’t cost anything.

This slideshow requires JavaScript.

Near our hostel there’s a big Local market which we visited on our last day. Lots of foodtrucks and so a happy me. I loved it! The coffee place Kopies was my favourite. This guy makes the most lovely coffees I’ve ever seen. I ordered a frappuccino and it includes every sweet you can imagine: m&m’s, cookies, marshmellows.. It made my day :).

24th of April – 27th of April: Taman Negara.

Time to leave KL for Taman Negara. We booked this trip with HAN tours. A touroperatour in Kuala Lumpur – which was the most brilliant organisation we’ve ever had. When we arrived at the hostel – a hostel from HAN – they didn’t know ánything about our trip. What time the jungle tour started this evening? No clue. Dinner? She thought somewhere around 6, but it could also be 7. Or something. Our other questions she answered with ‘yes’, I think that was the easiest way ;-).
We slept in a dorm, with beds covered in plastic and the showers were full of insects, including cockroaches. We shared the room with Anna. Anna loved this organisation so much, she decided to write a complaint of 1,5 A-4. Dinner surprised her the most; she had rice with fried chicken three days in a row. And so did we.

Anyhow! We found the jungle tour by night and we were both pretty excited. So were the 3 guys we met; Bart(NL), Julian(DE) and Aron (UK). Well, the hostel was a big joke, but this was even worse. We walked on a path with eleven people and sometimes our guide shined her torchlight on an insect. This last part was intresting, but we all hoped for a night full of adventures – as they promised us.

This slideshow requires JavaScript.

Luckely the big adventure was still to come, a 2 day tour in the old rainforrest with a night in a cave. In the morning we packed our backpacks with all the campinggear. We first made a boattour of 2 hours and covered ourselves with sunblock. Unfortunately sunblock 50+ for 2 hours on the water was not enough to protect us.

This slideshow requires JavaScript.

We had a little swim in the river and then the real tour started; the 6 our hike. We did this tour with 2 groups – also the 3 guys joined. It was so beautiful but at the same time pretty heavy. I think it was a combination of the full backpack (15 kg), the freaking high temperature (the windchill was above the 40 degrees), the heavy antibiotics and I also had my monthly party (dammit!). Luckily I had my favourite Kas with me to talk me through it and to carry some of the bottles water from my backpack. Around 6 we arrived at the cave – we looked like we just jumped into the water, we were all só sweaty. But it was worth it. The cave was incredible big, full of bats and the concert of all the animals in the jungle was awesome.

After dinner we noticed a leech on Kas’ foot. Not that bad, but it kept on bleeding. Our guide showed us a small plant. If you put it on your wound it will stop bleeding. And so it did. The miracles of the nature :-).

At midnight we woke up because of a loud animal noise and the sound of someone eating. The porcupines arrived. We hang all the food we had on a rock, so the rats couldn’t eat it. Unfortunately the porcupines could climb and had a lovely meal. Kas also had a good present during the his sleep; a bat shit on his head (hahaha)!

The next day we visited another cave – which was even more full of bats then the cave we slept in. Beautiful to see those animals. Those bats are not the ‘vampire bats’ that can bite you, but the ‘fruity bats’. This cave was also the home of a snake, spiders and some scorpions.

During our hike back we saw a few giant lizzards(2,5 meters), a condor and an ant battlefield. Groups of ants were lying on the ground – dead. They probably had a territory fight. When ants are fighting, there will never be a winner. They will die both due to the poison that they inject to each other. Fascinating story.

Luckily or unfortunately – we are not sure – we didn’t see the wild tigers, panters and elephants who are living in this jungle.

We had a noodle-lunch at the river, a small swim ánd Julian cathed a fish – as happy as a kid with his own catched lunch.

We started the last part of our hike, I was so happy we arrived. We took the boat to a small East-African village that’s living in the jungle. We got a small explanation about how they live. As soon as we had to go back by boat to our hostel it was raining cats and dogs. Well, at least our 20 minute boat trip (without roof), was very refreshing.

Writing this in the bus from Taman Negara to Cameron Highlands, we are ready for another adventure.